Vroeg Vreemde Talen Onderwijs

Als jouw school Engels geeft vanaf groep 1, werk je op een vvto-school. Toch zijn er enorme verschillen tussen de ruim 1150 vvto-scholen die Nederland telt. Hoe verschillen de scholen van elkaar en wat is het ideale scenario?

Een groot aantal scholen begint vol enthousiasme aan vvto, maar heeft niet echt duidelijke tussen- of einddoelen voor ogen. Ze geven bijvoorbeeld Engels omdat ze niet willen achterblijven bij andere scholen in de omgeving of omdat ze hebben gehoord dat kleuters het zo leuk vinden. In ons boek ‘Engels in het basisonderwijs, (meer dan de) kennisbasis vakdidaktiek’ noemen we dit scenario ook wel ‘Gezellig Engels’.

De ene leerkracht geeft bijvoorbeeld een uur Engels en volgt hierbij de methode, terwijl zijn collega zo af en toe eens een Engels liedje luistert of een filmpje opzet en zo misschien aan een half uurtje per week komt. Of de onderbouw leerkrachten integreren Engels in de dagelijkse thema’s, terwijl ze in de middenbouw eigenlijk geen tijd hebben en ook niet weten hoe ze het moeten aanpakken. Ook is er vaak te snel voor een methode gekozen, waar leerkrachten achteraf niet zo tevreden over zijn. In alle groepen wordt Engels gegeven, maar er is weinig structuur en veel teamleden hebben het gevoel ‘dat ze maar wat doen’.

LEES OOK: Engels vanaf groep 1: Is het zinvol?

Er zijn ook scholen die vanaf groep 1 meer dan één uur per week Engels geven. De voertaal tijdens de lessen is Engels en er zijn duidelijke doelen per groep of per bouw. Het team heeft een didactische training gehad en (sommige) collega’s hebben een taalvaardigheidscursus gevolgd. Engels leeft in de school en de leerkrachten en leerlingen weten waar ze aan toe zijn.

Bij dit tweede scenario kun je als school uiteindelijk ook kiezen voor een vvto-keurmerk, maar dat hóeft natuurlijk niet. Het gaat erom dat er een overzichtelijke leerlijn is, dat de doelen helder zijn, dat alle teamleden (én de directie!) met de neus dezelfde kant op staan en dat het vak Engels een volwaardige plek heeft binnen het dagelijks onderwijs.

BESTEL: Doelen voor Engels vanaf groep 1

Als je wel voor een keurmerk wilt gaan, zijn er drie instellingen die een kwaliteitskeurmerk hebben ontwikkeld: Kijkwijzer (EarlyBird), TalenT-keurmerk (CHE, Marnix Academie, Hogeschool Arnhem-Nijmegen) en Drietalige scholen in Friesland (Cedin). Deze keurmerken voldoen aan de Landelijke Standaard vvto Engels die is ontwikkeld door het Europees Platform, enkele Pabo’s en andere vvto-experts. Na de meerdaagse didactische vvto-training van Spelen met Engels kun je bijvoorbeeld voor zo´n keurmerk aanvragen.

Buiten de scholen die ‘gezellig Engels’ geven en scholen die een vvto-keurmerk hebben, zijn er natuurlijk nog meer scenario’s denkbaar. Deze vind je in hoofdstuk 8 ‘Doorlopende leerlijnen’ van het boek ‘Engels in het basisonderwijs, (meer dan de) kennisbasis vakdidaktiek’. Het is interessant om eens te kijken waar jouw school staat en waar jullie uiteindelijk naartoe willen.

Het ideale scenario? Ik denk dat je vooral moet kijken naar wat bij jullie school past, maar houd er rekening mee dat leerlingen met ‘gezellig Engels’ misschien niet de doelen behalen die jullie voor ogen hebben. Daarnaast wil ik benadrukken dat het halen van een vvto-keurmerk ook geen doel op zich zou moeten zijn. Een keurmerk zou een logisch gevolg kunnen zijn van de doelen die jullie als team hebben gesteld voor je leerlingen. Het belangrijkste is dat er kwalitatief goed Engels gegeven wordt, waarbij de leerkrachten gemotiveerd zijn om Engels te geven en de leerlingen om Engels te leren.

LEES OOK: De methode bepaalt niet je doel

error: