Engels vanaf groep 1: Is het zinvol?

Uit recent onderzoek is gebleken dat kinderen die vanaf groep 1 één uur per week Engels aangeboden hebben gekregen ongeveer dezelfde woordenschat hebben aan het eind van de basisschool als kinderen die pas vanaf groep 7 Engelse les krijgen. Ook bleek dat leerlingen die Engels kregen vanaf groep 1, klanken (bijv. pen & pan) niet beter konden onderscheiden dan leerlingen die vanaf latere leeftijd Engels leren. Door deze conclusie ontstaat er natuurlijk een interessante discussie: Waarom geven we dan Engels vanaf groep 1? Ik deel hier graag mijn mening en ben benieuwd hoe jij hier tegenover staat.

BESTEL: DOELEN VOOR ENGELS VANAF GROEP 1

Meer dan 1 uur Engels per week

Uit eerder onderzoek bleek al dat Engels vanaf groep 1 alleen effect heeft op de woordenschat als er meer dan een uur per week Engels wordt gegeven, waarbij de voertaal ook continu Engels is. Vooral in de onderbouw zou Engels geen losstaand vak moeten zijn, maar geïntegreerd moeten worden in het dagelijks onderwijs. Elke dag een kwartiertje Engels, waarbij de thema´s overeenkomen met de thema´s die op dat moment in de klas behandeld worden. Is het herfst? Dan is er ook een ´autumn table´. Zijn we bezig met het thema kunst? Dan leren we spelenderwijs over de colours & shapes. Daarnaast bespreek je bijvoorbeeld het weer (´How´s the weather today?´), zing je een Engels liedje als je in de kring gaat zitten of lees je een Engels prentenboek voor.

Vanaf groep 5 zou je kunnen beslissen om twee keer 45 minuten Engels te geven, maar ook hier is het zinvol om Engels te integreren in de thema´s die op dat moment spelen. Geef bijvoorbeeld drie kwartier Engelse les en verdeel het overige half uur over je gymles, je kringgesprek, een knutselactiviteit, een Engels filmpje tijdens het tussendoortje, een liedje voor de maandsluiting, de kinderboekenweek en ga zo maar door. Belangrijk is wel dat je constant Engels praat, zodat de leerlingen voldoende input krijgen.

Hoe is de woordenschat getest?

Het eerste wat ik dacht toen ik de diverse artikelen over dit nieuwe onderzoek las, was: ´Hoe hebben ze deze woordenschat eigenlijk getest?´. Zaten leerlingen achter een computer en moesten ze het juiste woordjes aanklikken als ze het hoorden of lazen? Moesten ze een plaatje aanwijzen als het woord werd genoemd? Kortom: Is de woordenschat alleen op deze, receptieve, manier getest? En was er een context? Werd het woordje ´pen´ bijvoorbeeld aangeboden in een zin ´I´m writing with a pen´ of als los woord? En zo ja, is dàt de juste manier om te checken of kinderen een vreemde taal goed beheersen?

Het antwoord hierop is volgens mij wel duidelijk: Hoe groot de receptieve woordenschat van een leerling is, zegt niets over hòe ze de woorden kunnen toepassen in een communicatieve situatie en hoe ze de woorden in een context gebruiken. Het zegt niets over hun productieve vaardigheden of over hun durf en plezier om Engels te spreken.

Ik heb (lang geleden) Frans gestudeerd en ik kan nog redelijk goed een Frans artikel lezen of een niet al te snel gesprek volgen. Ik ken de woorden. Maar vraag mij niet om Frans te praten, want ik kan de woorden amper (nog) toepassen in een communicatieve context. Mijn receptieve vaardigheden zijn prima, maar mijn productieve vaardigheden niet.

LEES OOK: ENGELS PRATEN IN DE BOVENBOUW, DEEL 1

Engels durven spreken

Hoe leuk en interessant zou het zijn als dezelfde leerlingen werden getest op hun durf en plezier om Engels te spreken? Op het gemak waarmee ze woorden kunnen verwerken in zinnen? Oftewel, op hun productieve vaardigheden… Want dààr gaat het bij Engels in het basisonderwijs om. Nergens in de kerndoelen of in de doelen van Europees referentiekader wordt benoemd hoeveel woorden de leerlingen moeten kennen. Wél wordt benadrukt dat leerlingen zich vrij moeten voelen om Engels te spreken in alledaagse situaties.

Ben je een leerkracht in de onderbouw? Blijf dan lekker spelen met Engels en verspreid de taal zo veel mogelijk over de week. Al het materiaal dat je in je lokaal en in de gymzaal hebt, kun je gebruiken voor Engels. Voeg hier liedjes, spelletjes, flashcards en prentenboeken aan toe en je hebt een scala aan mogelijkheden. Zoek je inspiratie? Dan kun je altijd nog de workshop ´Spelen met Engels in de onderbouw´ volgen ([email protected] voor meer informatie).

Ben jij een leerkracht in de bovenbouw? Blijf ook dan spelenderwijs Engels geven en bied de stof zoveel mogelijk aan in een communicatieve context. Geef je je leerlingen wel eens woordjes mee naar huis om te leren? Probeer dan eens de volgende vragen te beantwoorden:

1. Vanaf welke leeftijd geven wij de leerlingen woordjes mee om thuis te leren? En waarom op deze leeftijd?
2. Wat is mijn doel als ik mijn leerlingen woordjes laat leren? Wat willen we als school?
3. Hebben de leerlingen voldoende ´input´ gehad? Hebben ze de woordjes gehoord (en gelezen) en kunnen oefenen in de les?
4. Hebben de woordjes betekenis voor mijn leerlingen (sluit het bijvoorbeeld aan bij het thema waar we mee bezig zijn of bij hun belevingswereld?)
5. Moeten de leerlingen de woordjes van Engels naar Nederlands of ook van Nederlands naar Engels leren? Of hoeven ze de woordjes alleen te (her)kennen in een Engelse context?
6. Als ze het van Nederlands naar Engels moeten leren: is de spelling dan belangrijk of gaat het er om dat ze het in een context kunnen herkennen en / of kunnen toepassen?
7. Moeten de leerlingen de woordjes alleen mondeling of ook schriftelijk kunnen onthouden en / of toepassen? Wat is het doel van het leren van de woordjes?
8. Hoe overhoor ik de woordjes en welk effect heeft dat?
9. Hoeveel woordjes moeten ze eigenlijk leren per week en hoe lang zijn ze daar mee bezig?
10. Zien de leerlingen het nut van woordjes leren en wat vinden ze er eigenlijk van?

LEES OOK: DE METHODE BEPAALT NIET JE DOEL

Kortom…

Dit onderzoek is gericht op de receptieve woordenschat van kinderen aan het eind van groep 8. Zoals de onderzoekster zelf ook aangeeft, is er geen onderzoek gedaan naar de durf om te spreken, naar grammaticale correctheid / zinsopbouw of hoe de kinderen de woorden kunnen toepassen in een communicatieve context. Dus geef je al Engels vanaf groep 1? Zorg er dan voor dat je dit meer dan één uur per week doet en bedenk het positieve effect ervan op de korte én lange termijn. Geef je nog geen Engels vanaf groep 1, maar zijn jullie het wel van plan? Pak het dan gelijk goed aan en ga voor kwaliteit.

Stel niet de vraag: ´Hoeveel Engelse woorden kennen onze leerlingen aan het eind van groep 8?´.
Stel de vraag: ´Kunnen en durven onze leerlingen aan het eind van groep 8 Engels te spreken in situaties die dichtbij hun belevingswereld liggen?´
.

LEES OOK: VVTO STUDIEDAGEN

Reacties zijn gesloten.

error: