Meertaligheid

Steeds meer scholen geven Engels vanaf groep 1, omdat uit onderzoek is gebleken dat de taalgevoelige periode van een kind tot de leeftijd van ongeveer zeven jaar duurt. Jong beginnen is dus de beste manier om een tweede (of derde) taal te leren. Toch zijn er veel leerkrachten die liever geen Engels geven omdat ze bang zijn dat het ten koste gaat van de ontwikkeling van de Nederlandse taalvaardigheid. In dit artikel lees je enkele feiten over meertaligheid  op de basisschool.

LEES OOK: 10 TIPS VOOR ENGELS BIJ KLEUTERS

Wel of geen taalachterstand?

Vergelijk een meertalig kind niet met een Nederlandstalig kind. Als kinderen hun moedertaal goed beheersen (of dat nu Turks, Pools of Spaans is), hebben ze geen taalachterstand, maar beginnen ze gewoon iets later met het leren van Nederlands. Het kind heeft net zoveel kennis, alleen in een andere taal. Hij zal ook prima Engels kunnen leren, mits je het aanbiedt in het Engels (doeltaal = voertaal) en in herkenbare situaties.

Een kind dat de moedertaal niet goed heeft geleerd en dus gebrekkig spreekt, heeft wél een taalachterstand. Dit kind zal een tweede taal (bijvoorbeeld Nederlands) of een vreemde taal (Engels) ook niet goed kunnen leren, omdat zijn woordenschat niet op peil is.

De thuistaal is belangrijk

Heb jij anderstalige leerlingen in je klas? Moedig ouders dan aan om interactief met hun kinderen om te gaan, zodat ze hun moedertaal goed verwerven. Geef geen Nederlandse boekjes mee naar huis om samen uit te lezen, maar laat kinderen bepaalde opdrachten in hun eigen taal uitvoeren. Samen met hun ouders. Een goede beheersing van de ene taal zorgt namelijk voor een goede beheersing van een tweede (of derde) taal.

Anderstalige kinderen kunnen zelfstandig Nederlands leren door bijvoorbeeld naar Nederlandse televisieprogramma’s te kijken, te luisteren naar Nederlandstalige liedjes of te spelen met Nederlandstalige kinderen. Als ouders dit niet stimuleren, wordt het leren van een tweede of derde taal wel lastig.

LEES OOK: WAT IS INPUT?

Geef positieve aandacht aan meertaligheid

Meertalige kinderen steunen op en uiten zich in verschillende talen. Als zij de talen soms mixen, betekent dit dat ze een goede taalbeheersing hebben: Ze kunnen spelen met de taal. Ze hebben net zoveel kennis als ééntalige kinderen, maar die kennis is niet taalgebonden: Beoordeel kinderen dus niet op hoe ze zich uiten in het Nederlands, maar op hun cognitie. Zo weten ze bijvoorbeeld best wat een perzik is en dat dit een fruitsoort is, maar ze komen misschien niet op het Nederlandse woord. Ze kennen het woord wél in hun moedertaal en dus is er geen sprake van een taalachterstand.

Zing eens een liedje in de thuistaal van kinderen uit je groep of laat een kind eens iets voorlezen in zijn thuistaal. Dit geeft vertrouwen: ‘Mijn taal is belangrijk’. Voor alle talen geldt dat er voldoende interactief en rijk taalaanbod moet zijn. Als de taal niet meer wordt aangeboden, zal een kind de taal verliezen.

BESTEL: FLASHCARD FUN! 50 WERKVORMEN

Herkenbare situaties

Het helpt als de taal wordt aangeboden in herkenbare situaties, zodat een kind kan voorspellen wat er gezegd gaat worden of wat hij zelf zou kunnen zeggen. Kennis van de wereld speelt daarbij ook een belangrijke rol.

Zo wordt de moedertaal bijvoorbeeld thuis gesproken, er wordt Nederlands gesproken op school en bij vriendjes en er wordt Engels gesproken als de juf of meester een Engelse sjaal om heeft. Op maandag, woensdag en vrijdag is er een Nederlandse kring, op dinsdag en donderdag is er een Engelse kring.

Voordelen van meertaligheid

Anderstalige leerlingen blijken prima in staat om als derde taal Engels te leren op school: ze zijn ervaringsdeskundigen omdat ze het proces van (tweede) taalverwerving al een keer hebben doorlopen. De hersenen van meertaligen en van goede taalleerders zijn groter dan bij eentaligen en hebben meer verbindingen tussen de cellen waardoor meer informatie kan worden verwerkt.

Uit onderzoek blijkt dat meertalige kinderen beter scoren op taal en op andere cognitieve terreinen zoals rekenen en wereldoriëntatie. Bovendien hebben zij een groter probleemoplossend vermogen en zijn ze creatiever. Ze kunnen beter en sneller switchen tussen taken.

LEES OOK: 5 DINGEN DIE ELKE KLEUTERLEERKRACHT MOET WETEN OVER ENGELS

Bronnen:
‘Engels in het basisonderwijs’ – Marianne Bodde-Alderlieste & Lauren Salomons (Noordhoff, 2018)
‘Meertalig opvoeden’ – Marinella Orioni (Van Gennep, 2015)

error: