Bij het leren van een vreemde taal is het belangrijk dat leerlingen worden blootgesteld aan ´input´: Dat betekent dat ze de taal zoveel mogelijk moeten horen (van hun ouders of leerkracht) om de taal te kunnen verwerven. Hoe meer input en hoe groter de variëteit aan input, des te gevoeliger worden de leerlingen voor de systematiek van de taal.

De input moet rijk, uitgebreid, aantrekkelijk en betekenisvol (levensecht, functioneel) zijn. Ook heeft de input een moeilijkheidsgraad die net iets boven het actuele taalbeheersingsniveau van de leerling ligt, dus op niveau interlanguage +1 (ook wel: i+1 genoemd).

LEES OOK: OUTPUT

Hoe kun je tijdens je Engelse les deze input bieden? 
1. Bied verschillende soorten kijk-, lees- en luisterteksten aan.
2. Gebruik Engels als voertaal in de klas (Classroom English).
3. Zorg voor natuurlijk, authentiek en begrijpelijk Engels.
4. Laat de onderwerpen aansluiten bij de leeftijd en het belevingsniveau van de leerlingen.
5. Sluit aan op het niveau van de leerlingen (i+1).
6. Zorg voor een uitgebreid en gevarieerd aanbod, zodat iedere leerling zich er in kan herkennen.
7. De input wordt door de leerlingen verwerkt op vorm (hoe zeg ik het?) en inhoud (wat wordt er gezegd?), waarna ze er ook daadwerkelijk iets mee kunnen doen.
8. Gebruik visuele ondersteuning (gebaren, filmpjes, plaatjes)
9. Zorg voor een kerndialoog in de midden- en bovenbouw (zodat leerlingen kunnen leren hoe een gesprekje er aan toe gaat in de praktijk)

Als groepsleerkracht kun je ook buiten de Engelse les om Engels spreken. Denk aan voorlezen in de pauze, korte zinnetjes zoals ´close your books please´ of ´could you open the window please?´, een lied of spel aan het eind van de schooldag of ´s ochtends een gesprekje in de kring.

Merk je dat sommige leerlingen moeite hebben met het oppikken van de taal? Raad hen (en de ouders) dan aan om er thuis mee aan de slag te gaan. Een (half) uur les per week op school is lang niet altijd voldoende om de taal ´logisch´ te laten klinken. Hoe meer een leerling wordt blootgesteld aan Engels, hoe makkelijker het hem / haar zal afgaan. Woordvolgorde wordt logischer, bepaalde grammaticaregels worden automatisch aangeleerd (zonder het expliciet te leren) en de leerling zal zich vertrouwder voelen met de klanken en uitspraak.

Laat leerlingen op YouTube Engelse filmpjes kijken (voor jongere leerlingen is de zoekterm ´ESL´ of ´EFL´ erg handig, omdat je dan filmpjes en liedjes krijgt voor ´English as a Second Language´ of ´English as a Foreign Language´. Dus typ bijvoorbeeld ´animals EFL´ of ´Family ESL`) .

Ik wens je veel succes met het geven van zoveel mogelijk input! Heb je hier hulp of ideeën bij nodig? Neem dan contact met mij op via [email protected] en vraag eens naar de vvto-training.

LEES OOK: 6 HANDIGE WEBSITES

Bron: ´Engels in het basisonderwijs´ – Marianne Bodde- Alderlieste & Lauren Salomons