Tips voor online Engelse lessen

In dit blog geef ik drie tips om online met jouw leerlingen Engels te oefenen. Veel plezier!

LEES OOK: TIPS VOOR THUIS (DEEL 3)

Treasure hunt

Kinderen gaan op zoek naar schatten in hun huis. Dit kunnen willekeurige voorwerpen zijn, maar ook voorwerpen die aansluiten bij het thema waar je als klas op dit moment mee bezig bent. Je kunt de activiteit uitvoeren tijdens een online les, maar je kunt ook aan de ouders vragen of zij dit met hun kinderen willen doen.

  1. Jij geeft een korte opdracht: ‘Find 3 food items’, ‘Find 2 cuddly toys’, ‘Find something blue’, ‘Find your favourite toy’, ‘Find a knife, a spoon and a fork’, ‘Find four white socks’ etc. Zoals hierboven gezegd, kan de opdracht aansluiten bij een thema, maar dat hoeft niet persé.
  2. Je kunt bij oudere kinderen een tijdslimiet toevoegen, om het wat spannender te maken. Zo’n wedstrijdelement werkt alleen als kinderen zich veilig voelen: ‘You’ve got 1 minute to find a book that’s at least 25 centimetres long’, ‘You’ve got 30 seconds to find a pink pencil. Time starts now!’. Pas de opdrachten aan aan het niveau van jouw groep.
  3. De kinderen gaan nu zo snel mogelijk op zoek naar het voorwerp en nemen dit mee naar het beeldscherm.
  4. Als leerlingen al een beetje Engels kunnen en durven praten, vertellen ze iets over het voorwerp (‘This is my favourite toy because…’), noemen ze het Engelse woord nogmaals (‘This is a knife’) of verwerken ze het woord in een zin (‘I’m reading a book’).
  5. Daarna geef je de tweede opdracht.

Zo zijn leerlingen lekker aan het bewegen en tegelijkertijd Engels aan het leren. Heb je een grote groep? Kies dan steeds vijf leerlingen uit om het voorwerp te zoeken. Of iedereen mag zoeken, maar slechts vijf leerlingen mogen vertellen.

Tip: Zorg dat je flashcards of foto’s hebt van de items die ze moeten zoeken. Dit is handig voor kinderen die nog niet zo goed Engels kunnen of voor als het geluid misschien wegvalt. Zo weet je zeker dat ze jou begrijpen. Praat er wel altijd Engels bij!

BESTEL: THEMAPAKKET MY GARDEN (t/m 17 april met de kortingscode: ‘InstaGarden!‘)

Show me around

Leerlingen die al wat ervaring hebben met Engels praten, kunnen hun klasgenoten een rondleiding geven door hun huis. Dit kan met een laptop, Ipad of telefoon: ‘This is our kitchen, we have a fridge, a dining table and a dishwasher’ / ‘I will show my room. This is my bed and this is the window’.

  1. Geef iedere leerling een ander plaats in het huis om over te vertellen (garden, bedroom, bathroom, attic, laundry, hallway, garage, toilet)
  2. Zorg ervoor dat ze zich goed voorbereiden door hun praatje van tevoren te oefenen en eventuele lastige woorden op te zoeken of vooraf aan jou te vragen.
  3. Geef iedere leerling maximaal 2 minuten: dan blijft het interessant voor hun klasgenoten en zo weten ze bovendien dat ze zich echt goed moeten voorbereiden. Ze moeten in die 2 minuten zo veel mogelijk Engels praten over het betreffende onderwerp.
  4. Geef maximaal vijf leerlingen per les de beurt, anders wordt het saai en langdradig.

Tip: Als je liever niet wil dat leerlingen rond gaan lopen, kun je ook vragen of ze van tevoren een foto willen uitzoeken om over te vertellen. Dit kan een foto van hun huis zijn, maar ook van een vakantie, een familielid of huisdier. Ook hier mogen ze dan maximaal 2 minuten over praten. Zorg ervoor dat ze dit van tevoren voorbereiden.

LEES OOK: TIPS VOOR THUIS (DEEL 1)

What is it?

Deze activiteit kun je op verschillende niveaus uitvoeren.

  1. Zorg dat je een stapeltje flashcards of echte voorwerpen hebt.
  2. Laat de flashcard langzaam tevoorschijn komen door er een papiertje voor te schuiven en die steeds een stukje naar beneden te halen. Of stop het voorwerp onder een doek en haal deze langzaam weg.
  3. Wie weet wat er op de flashcard staat? Kinderen mogen een woord roepen (in het Engels uiteraard). Om chaos te voorkomen, geef je vooraf bij iedere flashcard steeds drie of vier kinderen de beurt. Deze kinderen mogen hardop raden, de rest doet het zachtjes. Oudere kinderen kunnen het woord opschrijven (spelling is hierbij niet belangrijk) en daarna zichtbaar in beeld omhoog houden. Wie doet dit het snelst?

Tip: Zorg dat de meeste leerlingen deze woorden wel kennen. Bijvoorbeeld omdat je ze eerder dit schooljaar hebt geoefend of omdat je in een eerdere online les deze woorden al hebt aangeboden. Anders werkt het erg demotiverend.

Variant: Je kunt ook woorden in het Engels omschrijven: ‘It is a big animal, it lives in the water, it is usually grey’. Kleine kinderen raden het hardop, net als bij de flashcards. Oudere kinderen kunnen het opschrijven. Na tien woorden kijken jullie het gezamenlijk na.

BESTEL: THEMAPAKKET MY FEELINGS

error: