Rekenen in het Engels (deel 3)

/, Numbers & Maths/Rekenen in het Engels (deel 3)

Rekenen in het Engels (deel 3)

Deze CLIL- lesactiviteit komt uit ´Cross curricular activities´ van ´Oxford basics´. Ik ben zo vrij geweest om de activiteit naar het Nederlands te vertalen, zodat de voorbereiding voor iedere groepsleerkracht begrijpelijk en dus zeer gemakkelijk is. We spreken natuurlijk wel af dat er in de les alleen Engels wordt gepraat!

LEES OOK: REKENEN IN HET ENGELS (DEEL 1)

Stap 1oxfordCLIL
Vertel de leerlingen dat je een simpel verhaaltje gaat vertellen en dat zij goed moeten luisteren: ´I´m going to tell you a story. Please listen very carefully!´

“In the street where I live there are two hotels. In each hotel there are five floors. On each floor there are ten rooms. In each room there is a bathroom. In each bathroom there are two bars of soap. Then one day a thief steals half the soap bars. How many bars of soap are left in the hotel rooms?”

Stap 2
Geef nu elke leerling een blaadje om aantekeningen te maken. Herhaal het verhaal. Nu stop je even na elke zin, zodat de leerlingen tijd hebben om na te denken en te tellen. Als ze iets gemist hebben, mogen ze vragen stellen: ´How many rooms are there?´. Check hun antwoorden.

Stap 3
Nu vertel je het verhaal nogmaals en je schrijft een vergelijking op het bord, zodat de leerlingen kunnen zien hoe het probleem kan worden opgelost. 2 x 5 x 10 x 1 x 2 = 200 -> 200 / 2 = 100
Je kunt natuurlijk ook een leerling de som laten opschrijven, als je zeker weet dat het juist is.

Bespreek nu samen met de klas hoe je tot deze oplossing komt. Oefen met de woorden ´times / multiplied by / equals / divided by´.  Bijvoorbeeld:

Teacher: There are 2 hotels in the town. How many floors are there in each hotel?
Students: 5
Teacher: Yes, there are 5 floors in each hotel. 2 x 5 = how much?
Students: 10
Teacher: That´s right. There are 10 floors altogether. How many rooms are there on each floor?
Students: 10
Teacher: Yes, there are 10 rooms on each floor. 10 multiplied by 10 is…
Students: 100
Teacher: Good. There are a hundred rooms altogether. Now, how many bathrooms are there in both the hotels?soap
Students: 100
Teacher: Yes, a hundred! Each room has got one bathroom. In each bathroom are 2 bars of soap. A hundred times two equals…?
Students: 200
Teacher: Good. 200 bars of soap in both hotels. And then the thief steals half of them. 200 divided by 2 makes….?
Students: One hundred.

Stap 4
Je kunt de leerlingen nu meer verhaaltjes vertellen, waarbij ze tussendoor altijd vragen mogen stellen of om herhaling mogen vragen. Bijvoorbeeld:

“There are two floors in the school. On each floor there are five classrooms. In each classroom there are three rows. In each row there are four desks. At each desk there are two chairs. How many chairs are there in the school?” (Answer: 2 x 5 x 3 x 4 x 2 = 240 chairs)

“A zoo buys 210 carrots for rabbits every week. There are 2 rabbits hutches in the zoo. In each rabbit hutch there are 5 rabbits. How many carrots can each rabbit eat every day?” (Answer: 210 carrots, 10 rabbits, 7 days; 210 / 7 = 30 carrots a day; 30 / 3 carrots for each rabbit a day)

LEES OOK: REKENEN IN HET ENGELS (DEEL 2)

Stap 5
Schrijf de volgende zinsconstructies op het bord:

There is / there are
In / on / at each….,  there are…..
Each ….. has got ……
How many …. are there?

Stap 6
De leerlingen kunnen nu zelf een verhaalsom proberen te maken, met behulp van bovenstaande zinsconstructies en de voorbeelden die zijn gegeven. Als ze klaar zijn, lezen ze hun verhaaltje op aan twee klasgenoten. Deze rekenen de som natuurlijk uit. Je kunt ook een paar leerlingen vragen om hun verhaalsom aan de hele klas voor te lezen.

Ik vind dit zelf een hele leuke activiteit en ideaal om als groepsleerkracht toe te passen in de bovenbouw. Combineer Engels met rekenen en je hebt een prachtige CLIL les. Succes!

LEES OOK: RHINOS

2018-03-06T16:13:50+00:00