Geef je les in de onder- of middenbouw en kun je wel wat ideeën gebruiken voor bovenstaand thema? Lees dan verder voor een complete Engelse les:

1. Begin de les met het lezen van ´The very hungry caterpillar´(rupsje nooitgenoeg). Een herkenbaar boek dat bijna elke leerling wel heeft gelezen. Niet alleen komen hier heel veel etenswaren in voor, je leert tegelijkertijd ook de dagen van de week. Als je op de link klikt, zie je het filmpje op youtube. Het is natuurlijk nog leuker om het boek te bestellen bij Bol.com. 

Tips:
-Lees het boek een aantal dagen van tevoren eerst in het Nederlands, zodat de kinderen alvast weten waar het over gaat.
-Maak van tevoren flashcards van de etenswaren in het boek en bespreek deze voordat je het boek gaat lezen. Zo hebben de leerlingen de woordjes alvast een keertje gehoord en zullen ze een aantal woorden herkennen als je gaat voorlezen.
-Bij de wat oudere of gevorderde kinderen kun je van tevoren aangeven dat ze goed moeten opletten, omdat je naderhand zult vragen wat het rupsje at op een bepaalde dag. Als het boek uit is, vraag je: ´What did the caterpillar eat on Monday?´ of ´On what day did the caterpillar eat a sausage?´

BESTEL FLASHCARDS FOOD AND DRINKS

Op internet zijn genoeg werkbladen te vinden met betrekking tot dit boek. Hier een werkblad voor kinderen die al kunnen lezen & schrijven: Hungry Caterpillar.

2. Na het voorlezen ga je aan de slag met de flashcards.
Download flashcards met plaatjes
Download flashcards met woorden
Er zijn verschillende werkvormen die je toepassen, zoals opdrachtjes geven (´point to the…´, ´give the cheese to…´) of ´what´s missing?´ (een aantal kaarten neerleggen en er eentje weghalen. Nu raden de leerlingen welke er weg is). Meer ideeën voor werkvormen met flashcards vind je hier:

Flashcards, deel 1 / Flashcards, deel 2 / Flashcards, deel 3 / Flashcards, deel 4

3. In een volgende les kun je nogmaals het boek voorlezen en enkele andere werkvormen toepassen bij het boek en de flashcards. Ook kun je gaan oefenen met ´Do you like..?´, ´Yes, I do. / No, I don´t.´ . Je vraagt bijvoorbeeld aan de leerlingen: ´Do you like cheese?´ en je steekt daarbij een duim op terwijl je blij kijkt. Of ´I don´t like pickles´ en je doet daarbij je duim naar beneden en je kijkt vies. Leerlingen zullen al snel snappen wat je bedoelt.

Tip:
Maak een kring en geef elke leerling een kaartje. Zeg hierbij hardop het Engelse woord. Check dan nogmaals of iedereen weet wat er op zijn kaartje staat. Vervolgens gaan de leerlingen om de beurt aan hun buurman vragen ´Do you like + het woord dat bij het plaatje staat?´. De buurman antwoordt met ´Yes, I do´ of ´No, I don´t´ . Daarna is de volgende aan de beurt en hij vraagt weer aan zijn buurman: ´Do you like….?´ etc. Is jouw groep te groot en ben je bang dat leerlingen zich niet kunnen concentreren? Verdeel de groep dan in twee of drie kleinere groepjes en begeleidt waar nodig. Je kunt er ook een binnen- buitenkring activiteit van maken. Zo oefen je niet alleen de etenswaren, maar ook een stukje grammatica door vragen te stellen met de chunk ´Do you like?´. Bovendien komen de leerlingen zo van elkaar te weten wat ze wel en niet lekker vinden.

BESTEL FLASHCARDS FRUIT & VEGETABLES

broccoli

4. Voor de middenbouw is het leuk om dit filmpje te bekijken.  Zeg tegen de leerlingen dat ze goed moeten onthouden welke etenswaren er allemaal voorbij komen in het filmpje. Naderhand noemen de leerlingen om de beurt een woord dat ze hebben onthouden. Als ze het niet weten, zeggen ze ´I don´t know´ en dan mag de volgende. Net zo lang totdat niemand meer een woord weet. Hoeveel woorden kun je als groep gezamenlijk onthouden? Uiteraard is het leuk om, na het opnoemen van de woorden, het filmpje nog één keer te kijken zodat de klas erachter kan komen welke woorden zij  zijn vergeten.

Wil je nog veel meer ideeën rondom het prentenboek ´The very Hungry Caterpillar´? Lees dan deze blog:
The very hungry caterpillar

Met bovenstaande ideeën heb je al snel een les gevuld. Succes en vooral: veel plezier!