Het rad van Ikea in je Engelse les

Steeds meer leerkrachten hebben het Rad van fortuin van Ikea in hun klas om spelenderwijs te leren. Je kunt dit rad natuurlijk ook heel goed gebruiken in je Engelse lessen. In dit blog lees je enkele suggesties.

Getallen

1. Getallen 1 t/m 24 oefenen door simpelweg aan het rad te draaien en leerlingen het getal te laten zeggen (klassikaal of individueel)
2. Getallen 1 t/m 24 oefenen door bingo te spelen: Jij benoemt het getal, leerlingen kruisen het getal af op hun bingokaart.
3. De spelling van getallen oefenen door leerlingen het getal dat jij draait op te laten schrijven
4. Rekenen: Van het getal dat je draait, maak je een som: ‘Twenty minus three equals…?’, ‘Sixteen plus two equals…?’.

LEES OOK: REKENEN IN HET ENGELS

Alfabet

1. Plak letters op het rad (sla de x en de q over) en laat leerlingen de letters benoemen.
2. Leerlingen zeggen een woord met de letter die op het rad verschijnt (eventueel aansluitend bij het thema waar je op dat moment aan werkt).
3. Leerlingen schrijven zoveel mogelijk woorden op, met de letter die gedraaid is als beginletter (liefst aansluitend bij het thema, spelling is niet belangrijk). Je kunt dit binnen een bepaalde tijd doen, bijvoorbeeld 30 seconden of 1 minuut. Leerlingen in tweetallen of groepjes laten werken is hierbij ook een goede optie.

LEES OOK: ALPHABET

Thema’s

1. Plak plaatjes op het rad en laat leerlingen de plaatjes benoemen of een zin maken waarin dat woord voorkomt.
2. Plak plaatjes op het rad en geef leerlingen bingokaarten (bijvoorbeeld die van Spelen met Engels). De afbeelding waar het rad op stopt, mag worden afgekruist op de bingokaart.
3. Plak plaatjes op het rad en geef leerlingen dezelfde plaatjes in de vorm van memorykaartjes of flashcards. Als het rad stopt, voeren alle leerlingen met hetzelfde plaatje een opdracht uit. Bijvoorbeeld: ‘Touch your nose, Point to the door, Turn around, Clap your hands, Say the word’.
4. Plak plaatjes of woorden van diverse thema’s op het rad. Bijvoorbeeld ‘animals’, ‘food and drinks, ‘school’ en ‘body’. Van het thema waar het rad op stopt, moeten leerlingen een woord kunnen benoemen. Of misschien wel meerdere woorden. Je kunt leerlingen (in de bovenbouw) ook zoveel mogelijk woorden van dat thema laten opschrijven. Daarna vergelijk je de woorden: Heb je / Heeft jouw groepje een uniek woord dat niemand heeft? Dan krijg je 2 punten.

BEKIJK: THEMAPAKKET SPELEN MET ENGELS

Alles wat je in de onderbouw in het Nederlands doet, kun je eigenlijk ook in het Engels doen. Je kunt dezelfde plaatjes gebruiken, dat scheelt weer voorbereidingstijd.

Heb je zelf nog leuke ideeën? Ik hoor ze graag: info@spelenmetengels.nl

 

error: