De present continuous (ing-vorm)

Zoals je waarschijnlijk wel weet, hoef je grammatica in het basisonderwijs niet expliciet aan te bieden. Als je toch aan de slag wilt met een specifieke regel, zorg er dan voor dat het altijd in een communicatieve context gebeurt. Zo weten leerlingen waaròm ze iets leren en zien ze het nut ervan. Bovendien blijft de regel dan veel beter hangen, omdat het niet als kennis wordt aangeleerd, maar als vaardigheid.

De regel

De Present Continuous komt in alle methodes wel voor, maar is ook sowieso te horen in het ´Classroom English´dat we dagelijks gebruiken op school: ´What are you drawing? That´s a beautiful picture!´, ´Are you listening?´, ´What are you doing over there? Come here please!´ etc.  De regel is vrij eenvoudig: Je gebruikt de ing-vorm als je iets tijdelijk doet of als iemand ergens tijdelijk mee bezig is. Dat zie je al aan bovenstaande voorbeelden, maar je kunt het ook mooi vergeljken met de Present Simple: ´I  always walk to school (present simple, want gewoonte), but today I´m riding my bike (present continuous, want tijdelijk)´.

LEES OOK: PRESENT SIMPLE

Werkbladen

Je kunt je leerlingen werkbladen geven, waarop ze herhaaldelijk zinnetjes moeten schrijven in de Present Continuous of werkwoorden moeten aanpassen door er -ing achter te schrijven. Werkbladen die waarschijnlijk best saai zijn en die ze sowieso op de middelbare school nogmaals krijgen. Na een aantal keren –ing schrijven, begrijpen leerlingen de bedoeling van de opdracht, maar ze lezen vaak niet eens meer om welke woorden het eigenlijk gaat en het wil ook nog niet zeggen dat ze begrijpen hoe ze de regel nu moeten toepassen. Hoe kunnen we dit nu op een veel leukere manier aanpakken?

Spelen en doen!

Als je leerlingen de regel (onbewust) laat oefenen in allerlei communicatieve situaties, zal het veel meer aanspreken en dus beter blijven hangen. Wat kun je bijvoorbeeld doen?

– Laat één leerling voor de klas staan en geef hem/haar een kaartje met een activiteit (bijv. skiing, playing football, cooking, playing piano, walking the dog, reading, fighting). De leerling beeldt de activiteit op het kaartje uit, de rest van de groep raadt wat hij / zij doet: ´Are you reading?´, ´Are you playing tennis?´ etc. De leerling antwoordt met ´Yes, I am´  of  ´No, I´m not´. Deze chunks (standaard zinnetjes) heb je van tevoren natuurlijk geoefend en/of op het bord geschreven. Je kunt dit uiteraard ook doen met de vormen van ´he, she, it, we, you & they´: ´Is he playing tennis?´, ´Yes, he is / No, he isn´t´. Als leerlingen dit spannend vinden, kun je ook eerst zelf de activiteiten uitbeelden, ze het in tweetallen laten doen of kleinere groepjes maken (zodat het veiliger voelt).

– Voor kinderen die al kunnen lezen zijn er deze ´loop cards´ van Sparklebox. Print de 32 kaartjes uit en lamineer ze. Geef iedere leerling één of meerdere kaartjes (afhankelijk van de grootte van je groep). Eén leerling begint met het hardop zeggen van de het werkwoord met de-ing vorm en daarna met het gewone werkwoord. De leerling die de-ing vorm van dat gewone werkwoord heeft, is nu aan de beurt. Hij zegt de -ing vorm en vervolgens een nieuw werkwoord. Zo krijg je een soort van reactiespel, waarbij de leerlingen goed naar elkaar moeten luisteren en hun kaartje in de gaten moeten houden.

Je kunt leerlingen de kaartjes ook op volgorde laten leggen door de juiste ing-vorm achter het hele werkwoord te leggen. Dan ontstaat er een lange slang van werkwoorden, een soort domino. Ideaal voor vergevorderde leerlingen of leerlingen die snel klaar zijn met een andere opdracht. Ook kun je de kaartjes losknippen, op donker papier plakken en er memory van maken.

LEES OOK: ENGELS IS EEN DOE VAK

-Fill in: print en lamineer deze kleine kaartjes. Laat de leerlingen om de beurt een kaartje van de stapel pakken en de juiste vorm van het werkwoord hardop zeggen. Vind je dat te ingewikkeld? Geef ze dan het werkblad en laat ze de woordjes invullen (wel een stuk saaier natuurlijk ;-)).

-Flashcards: print en lamineer deze leuke kaartjes met vragen en antwoorden. Als je ze twee keer print, kun je er memory meespelen of ´find your partner´. Leerlingen lopen dan rond en steeds als ze een klasgenoot tegenkomen, lezen ze hun kaartje voor. Komen de kaartjes overeen? Dan is er een match!  Je kunt ook leerlingen in tweetallen laten werken, waarbij de ene leerling de vraag stelt en de ander het antwoord geeft.

-Crossword: download deze kruiswoordpuzzel  en laat leerlingen alleen of in tweetallen de juiste antwoorden invullen.

-Word search: download deze woordzoeker waarbij leerlingen zelfstandig naamwoorden én werkwoorden moeten zoeken.

-I like …-ing: print en lamineer deze kaartjes om hardop te oefenen of memory te spelen.

Filmpjes en liedjes

Op YouTube zijn veel filmpjes te vinden waarin de present continuous wordt behandeld, zoals die van  Mr. Bean of deze van Mr. Bean waarin het filmpje steeds even wordt stopgezet met de vraag: ´What is he doing now?´. Ook het filmpje van De Simpsons is goed te gebruiken. Andere handige en leuke filmpjes & liedjes zijn:
What are you doing? – ELF Kids videos (een chant om mee te zingen)
What are you doing? – English singsing (een rollenspel: eerst kijken en luisteren, dan zelf zeggen)
What is he doing? – Kids online English (een kort tekenfilmpje met Engelse ondertiteling, waarin de chunk veel herhaald wordt)
Present continuous – Ana Leek (duidelijke, rustige Engelse uitleg over hoe de ing-vorm werkt, met veel voorbeelden)
What are they doing? – Miss Puppi (filmpje met veel voorbeelden. Als je steeds even op stop klikt, kunnen de leerlingen zelf het antwoord bedenken)
What are you doing? – Dream English kids (geschikt voor de onderbouw. Veel herhaling en duidelijke chunks, maar een beetje kinderachtig voor de bovenbouw :-))

Wil je tòch heel graag instructie geven of wil je zelf graag wat meer weten over de Present Continuous? Bekijk dan het filmpje van Meester Gijs of het filmpje van EnglishGrammarSpot .

LEES OOK: 6 ACTIVITEITEN VOOR DE BOVENBOUW

error: