Transport

Transport

In dit artikel geef ik je idee voor het thema ´transport´. Heb je na het lezen nog niet genoeg voor je Engelse lessen? Lees dan ook deze blogs: TRANSPORT & VEHICLES
THE WHEELS ON THE BUS
WE ALL GO TRAVELLING BY

Input 
Je kunt gebruik maken van flashcards, maar echte voorwerpen zijn natuurlijk een stuk leuker. Dus: stop een auto, vrachtwagen, vliegtuig, fiets (bijv. van playmobil), motor, helicopter, bus en misschien zelfs een treintje in een tas. Laat enkele leerlingen om de beurt een voorwerp uit de tas pakken of haal ze er zelf uit en zeg daarbij het Engelse woord: ´This is a bus. It´s a beautiful red bus. Look at that!´ Als je denkt dat sommige leerlingen er al aan toe zijn om Engels te praten, kun je vragen: ´Can you say ´bus´?´ of ´What do you think this is?´ of ´Repeat after me: bus´. Zo ga je alle vervoersmiddelen af en probeer je voorzichtig een gesprekje met behulp van gebaren: `Do you come to school by bike?´, ´Do you have a car?´, ´Have you ever been in a plane?´, ´Do you like trains?´ etc. Doordat je rustig praat, de plaatjes of voorwerpen bij de hand hebt en gebruik maakt van gebaren en mimiek, kunnen de leerlingen antwoord geven met ´yes´ of ´no´ en misschien nog wel meer.

Werkvormen
-Als de woorden al geoefend en meerdere keren herhaald zijn, kun je het volgende doen: Verstop een voertuig achter je rug. Leerlingen vragen: ´Is it a train?´ en jij antwoordt met ´Yes, it is´ of ´No, it isn´t´. Bij ´No, it isn´t´ vragen de leerlingen verder: ´Is it a car?´ etc.  Leerlingen kunnen dit spelletje ook in groepjes of tweetallen doen, maar je hebt dan uiteraard wel meerdere flashcards of voorwerpen nodig. Je kunt ook de leerlingen een voertuig of flashcard geven en zelf de vragen stellen. Zo hoeven de leerlingen alleen maar te antwoorden met ´Yes, it is´ of ´No, it isn´t´.

-In de onderbouw kun je leerlingen een voertuig laten raden door het geluid na te doen of door het voertuig te imiteren. Overigens vinden leerlingen in de bovenbouw dit ook nog vaak erg leuk, maar zij kunnen het eventueel ook omschrijven: ´You have to pay for it. It has four wheels. It brings you from one place to another.´Is it a taxi?`´No, it´s bigger than a taxi. It stops at different places. A lot of people can get in and out.´ ´Is it a bus?´ ´Yes, it is!´.

-In de bovenbouw kun je oefenen met ´slow, slower, slowest´ en ´fast, faster, fastest´. Geef de leerlingen een kaart met een voertuig erop en laat ze op volgorde gaan staan van langzaam naar snel. Bijv: walking, riding a bike, car, train, plane etc. Je kunt allerlei voertuigen toevoegen, zoals een step (´scooter´), een helicopter, een bus, een boot of een luchtballon. Er zullen interessante discussies ontstaan en dat mag! Maar wel in het Engels :-).

Liedjes & filmpjes

-Op de site van learnenglishkids vind je leuke filmpjes en liedjes over het thema, zoals ´The wheels on the bus´ en ´Over the mountains´. Er zijn handige werkbladen bij te downloaden (eerst even gratis aanmelden) en online spelletjes te spelen.

Onderbouw:
The vehicles song : Een filmpje met beelden van echte vervoersmiddelen
Let´s be planes : Lekker meezingen én dansen (vervoersmiddelen nadoen)
Vehicles : Plaatjes kijken en woorden nazeggen
Transportation song: Grappig liedje, waarin de kinderen steeds sneller willen rijden. Dus van fiets, naar bus, naar auto etc.

Midden-en bovenbouw:
Street vehicles & transportation : Woorden en zinnen op een ritmische manier nazeggen
Transportation song : Liedje waarin alle vervoersmiddelen aan bod komen Ook wel geschikt voor de onderbouw.
We all go travelling by: Geweldig liedje, waarin veel herhaald wordt. Er komt steeds een vervoersmiddel bij, dus het wordt steeds moeilijker. Met ondertiteling. Voor een hele les bij dit liedje, klik je hier.

Werkbladen
anglomaniacy,
englishwsheets,
mes-english
kids-pages
Als je googelt op ´transport worksheets´ of ´vehicles worksheets´ zul je nog veel meer vinden.

2018-02-14T09:57:22+00:00
error: