Waarom heeft de Engelse taal toch zoveel woorden die qua klank op elkaar lijken, maar verschillend geschreven worden? Hoe vaak ik mijn leerlingen de verschillen ook uitleg, de spelling van onderstaande (combinaties van) woorden blijft lastig:

THEY´RE = zij zijn
THERE = daar / er
THEIR = hun

WHERE = waar?
WERE = waren (verleden tijd van ´to be´)
WE´RE = wij zijn
WEAR = dragen

THAN = dan (alleen gebruiken bij vergelijkingen)
THEN = toen / dan

ITS = geen vertaling voor in het Nederlands, behalve zijn / haar. Wij kennen geen bezittelijk voornaamwoord van ´het ´. Wordt vooral gebruikt bij dieren: ´Its tail is black´.
IT´S = het is

YOUR = jouw / jullie
YOU´RE = jij bent/ jullie zijn

AND = en
END = einde

WITCH = heks
WHICH = welke
WITH = met
WHITE = wit

Tijdens het bespreken van deze woorden weten de meeste leerlingen precies de verschillen uit te leggen, maar tijdens het maken van een werkblad of toets, blijken die verschillen ineens niet meer zo duidelijk. Volgens mij is hier maar één oplossing voor: herhaling!