My family (bovenbouw)

In dit blog geef ik je lessuggesties om met het thema ‘My family’ aan de slag te gaan in de bovenbouw. Ik ga er hierbij van uit dat kinderen de basis al hebben gehad in voorgaande jaren.

BESTEL: THEMAPAKKET ‘MY FAMILY’

Communicatief doel

In groep 6, 7 en 8 is het leuk om kinderen een uitgebreide ‘family tree’ te laten maken van hun eigen familie of van een beroemde (bijvoorbeeld koninklijke) familie. Hierbij omschrijven ze niet alleen de onderlinge relaties, maar ook (uiterlijke) kenmerken van bepaalde personen. Je kunt hierbij denken aan kleur haar, sproeten, een bril, lengte of kleding, maar ook aan karaktereigenschappen of hobby’s. Het is maar net waar jij de nadruk op wil leggen.

Korte filmpjes

Family members & tree: Een duidelijk filmpje waarin een ‘family tree’ wordt uitgelegd. Geschikt voor groep 6.

My family – Learn English with KT: Een duidelijk filmpje waarin een jongen vertelt over zijn familie. Aan het eind zeggen leerlingen de woorden na (dit gaat vrij snel). Geschikt voor groep 7/8.

A family is a family is a family: Een prachtig boek dat ingaat op de diversiteit van families. Het boek lijkt, terwijl ik dit blog schrijf, helaas nergens meer te koop, maar als je op de titel klikt, zie je een filmpje op YouTube. Dit zou je in de klas kunnen afspelen. Geschikt voor groep 6/7.

Talking about your family in English: Een animatie filmpje met een iets te digitale stem, maar wel zeer geschikt voor de bovenbouw. De 12-jarige Paul vertelt over zijn familie, de beroepen en hobby’s van zijn ouders, de activiteiten die ze doen, over zijn ooms en tantes en grootouders. Alles wat hij vertelt, is ook mee te lezen. Geschikt voor groep 7/8

How to introduce your family in English: Een leuk instructiefilmpje over hoe je een presentatie kunt geven over je familie. Geschikt voor groep 8.

LEES OOK: MY FAMILY (ONDER- EN MIDDENBOUW)

Talking about your family: Geschikt voor kinderen (groep 7/8) die al ervaring hebben met Engels spreken. In dit filmpje van LearnEnglishTeens praten twee jongens over hun familie, terwijl ze zitten te gamen. Eerst kijken en luisteren de leerlingen naar het filmpje, waarbij ze de tekst ook mee kunnen lezen. Daarna ‘spelen’ zij één van de jongens door de tekst hardop te lezen en zo tegen de andere jongen te praten. Ik doe dit met mijn leerlingen klassikaal, dat gaat altijd heel goed en belangrijker: ze vinden het leuk!

Het filmpje wordt nog een derde keer afgespeeld. Nu spelen de leerlingen opnieuw de jongen, maar worden er gedeeltes van de tekst weggelaten. Het is aan de leerlingen om die op de juiste manier op te vullen.

Bij het filmpje is een werkblad met diverse opdrachten, zoals woorden invullen op de juiste plek in de dialoog. Het rollenspel is ook helemaal uitgeschreven, zodat je het diverse keren na kunt spelen. Het is een mooie aanleiding om daarna te praten over je eigen familie.

BESTEL: WORKSHEETS ‘MY FAMILY’

My family & appearances

Als je doel is om familieleden en hun uiterlijke kenmerken te omschrijven, dan zie je hier enkele zinnen die je zou kunnen oefenen:

He’s got short, brown hair
She’s got long, blonde hair
I’ve got curly hair and brown eyes
My brother has (got) spiky, black hair
My mother has (got) straight, fair hair
My father has (got) a moustache and a beard
They are my parents
My grandfather is bald and he wears glasses
My uncle has (got) wavy, brown hair
He is married to my aunt
My aunt has (got) freckles and red hair
My cousins are twins
I am taller than my sister
We are shorter than our cousins
She’s younger than my cousin
He is the oldest in the family

My family tree

Als je doel is om een stamboom te kunnen omschrijven of onderlinge relaties, oefen dan met zinnen als:

She’s my mother’s mother
He’s my father’s brother
My mother’s sister is my aunt
My aunt’s son is my cousin
They are my grandparents
We are their grandchildren
I am his granddaughter
The father of my dad is my grandfather
My brother and I are siblings
My cousins are the children of my uncle and aunt
This is the stepfather of my cousin

My family & characteristics

Als je doel is om bepaalde karaktereigenschappen of hobby’s van diverse familieleden te benoemen, zouden onderstaande zinnen kunnen helpen:

My grandpa is kind
My grandma is friendly and helpful
My parents are strict
My brother is sometimes annoying
My aunt is always cheerful
My cousins are very noisy
My uncle is very funny
My mother is sporty
She loves baking
My big brother is smart
He likes playing basketball
They are fond of each other
We always play boardgames on Friday night
My sister and I get along very well
We sometimes play together

BESTEL: THEMA’S EN WOORDEN VOOR GROEP 1 T/M 8

Dialogues

Laat leerlingen ook oefenen met vragen stellen en antwoord geven, zoals:

Who is this? / Who are they? – This is my … / They are my …
Have you got a …? – Yes, I have / No, I haven´t
Do you have a…? – Yes, I do / No, I don´t
What does he / she look like?
Does he have … (brown hair / freckles / a beard)? – Yes, he does / No, he doesn’t.
What is she like? – She is … (amazing, wonderful, terrible, not so kind, friendly etc.)

Werkvormen

Maak of bestel flashcards van de belangrijkste woorden en zorg dat leerlingen daar eerst mee gaan oefenen door diverse werkvormen toe te passen waarbij ze zelf nog niet veel hoeven te praten. Pas als ze vertrouwd zijn met de vocabulaire, kun je kinderen stimuleren om Engels te spreken.

– Zorg voor voldoende memorykaartjes en download dan ‘Story ‘My family’. Met dit verhaaltje, in combinatie met memorykaartjes, kun je een leuke activiteit uitvoeren waarbij kinderen lekker moeten bewegen. De werkvorm wordt ook uitgelegd in dit filmpje.

DOWNLOAD: STORY ‘MY FAMILY’

– Geef alle leerlingen een woord van het thema (‘You are grandfather, you are mother, you are sister etc.). Zorg dat er meerdere leerlingen zijn met hetzelfde woord. Je kunt ze ook flashcards of memorykaartjes geven, als je denkt dat ze hun woord niet kunnen onthouden. Nu gaan ze elkaar opzoeken door vragen te stellen: ‘Are you a grandfather? – ‘No, I’m not’. Als ze een klasgenoot tegenkomen met hetzelfde woord, roepen ze ‘We have a match!’ en gaan ze rustig zitten.

– Je kunt bovenstaande werkvorm ook variëren / moeilijker maken door kinderen een familie te laten vormen van 4 of 6 personen: ‘You need to form a group of six family members: A grandfather, a grandmother, a father, a mother, a brother and a sister’. Let hierbij op dat kinderen het niet op snelheid gaan doen, maar steeds opnieuw de zinnen correct formuleren: ‘I am a father. Who are you?’ – ‘I am a brother’ – ‘Yes, let’s find the rest!’.

– Laat leerlingen (buiten of in de gymzaal) een ‘levende stamboom’ maken door kinderen op een plek neer te zetten: ‘You are my grandfather and you are my grandmother. Standing in front of my grandparents is my mother. So you stand over here. Then my father stands next to her’ etc.

– Als je oefent met uiterlijke kenmerken, is het leuk om ‘Wie is het?’ te spelen. Leerlingen werken in tweetallen en kiezen ieder een poppetje uit. Door elkaar vragen te stellen (‘Does he have brown hair? Is she wearing earrings?’, kunnen ze bepaalde gezichten afkruisen, zodat er uiteindelijk één persoon overblijft.

Let op dat je hier eerst goed oefent met het stellen van vragen (doe het bijvoorbeeld eerst klassikaal) of zorg dat je bij iedere leerling een rijtje met voorbeeld vragen hebt.

DOWNLOAD: VRAGEN ‘WIE IS HET?’

In het Themapakket van Spelen met Engels vind je diverse spellen (kwartet, bingo, Guess who? etc.), werkbladen en  stambomen om met ‘My family’ aan de slag te gaan. Als je googelt op ‘my family worksheets’ vind je uiteraard ook veel materiaal.

Schrijfvaardigheid

In de bovenbouw gaan leerlingen ook oefenen met het schrijven van Engelse e-mails. Hier vind je een mooi voorbeeld van LearnEnglishTeens. Bij dit voorbeeld hoort ook een werkblad, de antwoorden en natuurlijk een schrijfopdracht. Let hierbij vooral op het communicatieve doel en minder op de spelling.

error: