Je hebt even tijd tussen twee lessen door. Of het regent zò hard dat je leerlingen niet naar buiten willen. Of je Engelse les is korter dan je dacht. Of je leerlingen hebben gewoon behoefte aan een spelletje. Of jij hebt behoefte aan een spelletje :-)! Wat de reden ook is, hieronder vind je vijf activiteiten die je zomaar even tussendoor kunt doen. Veel plezier!

1. English proverbs (bovenbouw)
Schrijf een aantal Engelse uitdrukkingen of spreekwoorden op het bord en laat de leerlingen individueel of in groepjes raden naar de betekenis. Bijvoorbeeld: ´It beats me´, ´`It´s raining cats and dogs´, ´I´m fed up´, ´a bad egg´, ´a doggy bag´, ´this is as useful as a chocolate teapot´, ´piece of cake´, ´you scratch my back and I´ll scratch yours´ etc.  Als iedereen de tijd heeft gehad om een betekenis te verzinnen bij de gezegdes, kun je de verschillende antwoorden klassikaal bespreken. Hoe creatief en grappig zijn jouw leerlingen? Daarna natuurlijk de échte betekenis bespreken.

2. What do you think? (bovenbouw)
Knip een aantal interessante of bijzondere mensen uit tijdschriften of print ze via internet. Geef elke leerling één plaatje en laat ze er een Engelse zin bij bedenken: Wat zegt of denkt deze persoon? (spreek van tevoren goed af dat je geen rare of vunzige zinnen wil zien!). Hang de plaatjes op in het lokaal, zodat leerlingen er langs kunnen lopen. Of laat de leerlingen om de beurt naar voren komen, zodat ze hun plaatje + tekst kunnen laten zien aan hun klasgenoten.

3. Who is it? (midden- en bovenbouw)
Geef elke leerling een ballon en een klein papiertje. Op het papiertje schrijven ze iets over zichzelf (een hobby, een favoriet vakantieland of iets over hun huisdieren). Laat ze de papiertjes oprollen, in hun ballon stoppen en de ballon opblazen. Nu worden de ballonnen op een hoop gegooid en één voor één kapot geprikt. Het bijbehorende briefje wordt voorgelezen (door een leerling of door jezelf). De klas raadt bij wie het briefje hoort.

4. Stand in the correct order (onder-, midden- en bovenbouw)
Laat de leerlingen op volgorde van leeftijd, schoenmaat of lengte gaan staan. Overleggen mag, maar alleen in het Engels. Andere opties: alfabetische volgorde (eerste letter van de voor- of achternaam) of haarlengte.

5. Pick the card (onder-, midden- en bovenbouw)
Leg bij elk tafelgroepje tien kaarten met plaatjes of woorden. Jij vertelt een verhaal of je zegt losse woorden. Degene die als eerste het bijbehorende kaartje pakt, mag het woord herhalen. Dit geldt voor elk groepje. Is het goed? Dan mag hij / zij het kaartje houden en ga je verder met het verhaal of de losse woorden. Als alle woorden zijn geweest, tellen de leerlingen hun kaartjes: wie heeft de meeste per groepje? En wie heeft de meeste van de klas?

Benadruk altijd dat het niet gaat om het winnen, maar om het leren van de Engelse taal!

LEES OOK:
6 ACTIVITEITEN VOOR DE BOVENBOUW
5 X 5 MINUTEN ACTIVITEITEN
5 ACTIVITEITEN VOOR DE ONDER- EN MIDDENBOUW