The weather (onder- en middenbouw)

Het thema ‘the weather’ is in het basisonderwijs een vast onderdeel van de Engelse leerlijn. In groep 1 en 2 oefen je al met de chunk ‘How’s the weather (today)?’ of ‘What’s the weather like (today)?’ en leer je de belangrijkste woorden zoals cloudy, sunny, rainy, stormy en snowy. In groep 3, 4 en 5 breid je het aantal woorden uit en combineer je het thema met de dagen van de week of met de kleding die je draagt. In de bovenbouw voeg je nog meer woorden toe en kijk je bijvoorbeeld naar de weersomstandigheden in diverse landen of wat je kunt doen bij elk weertype. In dit artikel geven we je tips voor groep 1 t/m 5 om met dit inspirerende thema aan de slag te gaan. In een volgend artikel zullen we je tips geven voor groep 5 t/m 8.

BESTEL FLASHCARDS SPRING

Maisy’s wonderful weather book

Bestel het boek ‘Maisy’s wonderful weather book’: een prachtig pop-up boekje met weinig tekst, leuke tekeningen en de belangrijkste weertypen: sunny, snowy, rainy, windy, stormy, rainbow. In dit filmpje zie je de inhoud van het boek.

Flashcards

– Maak flashcards van deze woorden (helaas nog niet allemaal te koop in de webshop van Spelen met Engels, maar eenvoudig zelf te maken via Google. De woorden zijn in de onderbouw nog niet belangrijk: als je de plaatjes maar hebt).

– Bespreek voordat je gaat voorlezen de flashcards met je leerlingen door de woorden te noemen en bij elk woord een gebaar te maken. Sunny is een ronde cirkel met je armen, bij windy ga je met je bovenlijf van links naar rechts, met snowy maak je vuisten die je al ‘trommelend’ in de lucht naar beneden laat gaan etc.

Voorlezen

– Als je het boekje voorleest, leg je de flashcards in de kring op de grond of hang je ze aan de muur. Zo kun je er naar wijzen. Heb je meerdere kaarten bij elk weertype? Dan kun je bij een tweede of derde keer voorlezen iedere leerling een kaart geven: Deze houden ze omhoog als ze hun woord horen.

In het boekje worden ook andere woorden aangeboden, zoals kledingstukken. Ik heb deze woorden in groep 1/2 overgeslagen en vooral gefocust op het weer. Ook de tekst heb ik iets ingekort en niet steeds op rijm gedaan. In groep 3/4 kun je ervoor kiezen om deze extra woorden wél aan te bieden.

LEES OOK: VAN PRENTENBOEK NAAR ENGELSE LES, DEEL 1

Activiteit

– Na het voorlezen kun je diverse spellen met de flashcards doen. Geef je leerlingen bijvoorbeeld eenvoudige opdrachten of doe samen met hen de gebaren nog eens na. Jij vraagt als leerkracht: ‘How’s the weather?’ en een leerling mag een woord kiezen: ‘It’s stormy!’. Iedereen doet vervolgens het gebaar van ‘stormy’ (lekker wild heen en weer met je hoofd en armen).

LEES OOK: AUTUMN

Liedjes & filmpjes

Er zijn heel veel leuke liedjes over dit thema. Kies van te voren of je de chunk ‘How’s the weather? of ‘What’s the weather like?’ gaat oefenen. Pas hier je liedjes op aan.

Bedenk ook of je voor de woorden snow, rain, sun, wind, storm & cloud kiest of voor de woorden sunny, rainy, snowy, windy & cloudy. Mijn advies is de tweede omdat je hiermee echt een kort dialoogje kan oefenen (‘It is rainy’) en dit meer gebruikt wordt in spreektaal.

How’s the weather – super simple songs. Een makkelijk mee te zingen liedje, met veel herhaling. Ideaal om elke ochtend even te zingen en samen naar buiten te kijken. De vier flashcards bij dit liedje vind je hier.

How’s the weather – maple leaf learning. Ook een vrolijk en eenvoudig liedje met de meest belangrijke basiswoorden: sunny, rainy, cloudy, windy & snowy.

Weather song for kids – Singing walrus. Een iets moeilijker liedje met dezelfde woorden (sunny, rainy, windy, snowy).

What’s the weather like today  – The Kiboomers. Leuk liedje op een eenvoudige melodie. Heel uitnodigend om mee te zingen en iets interactiever (‘jump in the puddles’, ‘let’s go swimming’ etc.)

Check out the weather – Harry Kindergarten music: Een stoerder lied, waarin de basiswoorden ook gespeld worden. Ideaal voor de middenbouw (of lager niveau bovenbouw), want het is niet kinderachtig.

BESTEL: THEMAPAKKET TRANSPORT

Weather song – Have fun teaching: Geschikt voor de midden- en bovenbouw. Niet makkelijk mee te zingen, maar wel wat stoerder. Goed te gebruiken als je het thema bijvoorbeeld even kort wil herhalen. Als je het lied echt wil aanleren, zou ik adviseren om de tekst uit te schrijven.

Weather – Pink Fong: Grappig liedje met monstertjes en Engelse ondertiteling. Niet echt een makkelijke meezing-melodie, maar wel leuk om een les of lessenserie mee te starten of af te sluiten.

How’s the weather – English singsing: Een prima liedje voor de onder- en middenbouw. Veel herhaling en de belangrijkste woorden komen aan bod. Bij de derde herhaling wordt er niet meer gezongen, maar kunnen leerlingen zelf meezingen, dankzij de Engelse ondertiteling (of omdat ze het liedje gewoon goed onthouden hebben 😊).

Sesame street, Grover weather monster: Grappig filmpje waarin Grover het weer presenteert. Vooral leuk voor de middenbouw (en bovenbouw?), want je moet al wel wat Engels kunnen.

English vocabulary, weather – Learning chocolate: In dit filmpje worden de woorden één voor één genoemd. Altijd handig om af te wisselen met flashcards. Het zijn wel veel woorden, dus vooral geschikt voor de midden- en bovenbouw. Je kunt van tevoren een richtvraag geven: hoeveel woorden kun je onthouden?

Ali and the magic carpet – Learnenglishkids: Als je ook gebruik wil maken van het bijbehorende werkblad is het filmpje geschikt vanaf groep 5. Ali gaat op zijn magische tapijt naar verschillende landen en krijgt zo te maken met allerlei weertypes. Het filmpje heeft Engelse ondertiteling.

Weather report – Pui Tak Center’s ESL Program: Een heel duidelijk en kort filmpje waarin op een rustig tempo het weer wordt gepresenteerd van vijf dagen. Ik heb dit gebruikt bij de leerlingen in groep 4/5 als voorbereiding op het presenteren van hun eigen weerbericht. Het is belangrijk dat leerlingen de dagen van de week al kennen.

Werkvormen

– Leerlingen hebben een flashcards van de verschillende weertypes. Jij wijst een leerling aan en vraagt ‘How’s the weather?’. Deze leerling geeft antwoord door gebruik te maken van het plaatje op zijn kaart: ‘It’s snowy!’

– Leerlingen hebben een flashcard en lopen rond. Steeds als ze een klasgenootje tegenkomen vragen ze ‘How’s the weather (today)?’, waarop het klasgenootje antwoordt met behulp van het plaatje op zijn kaart. Daarna vraagt hij hetzelfde en lopen ze door naar het volgende klasgenootje. Ze kunnen eventueel ook nog van kaart wisselen, zodat ze steeds een nieuw woord moeten verwerken in hun antwoord.

– Leerlingen lopen rond door het lokaal. Jij noemt steeds een weertype en leerlingen passen hun gedrag hierop aan. Dit heb je van tevoren geoefend.
– ‘It is sunny’: Leerlingen huppelen vrolijk rond met hun gezicht een beetje schuin omhoog
– ‘It is rainy’: Leerlingen zetten een denkbeeldige paraplu op en stampen in de plassen
– ‘It is snowy’: Leerlingen gooien sneeuwballen en maken een sneeuwpop
– ‘It is windy’: Leerlingen zwaaien met hun bovenlijf heen en weer
– ‘It is foggy’: Leerlingen lopen heel voorzichtig, omdat ze haast niets kunnen zien

BESTEL: THEMAPAKKET FOOD & DRINKS

Laat leerlingen individueel of in tweetallen het weer presenteren. Dit hoeft helemaal niet uitgebreid (iets wat je in de bovenbouw wel kunt doen), maar kan al met de chunks ‘How’s the weather?‘ & ‘The weather is…’ . De ene leerling stelt de vraag en de ander geeft antwoord. Als ze niet zo goed durven, dan kun je ze helpen door ‘props’ klaar te leggen. Denk aan een bril, hoed of nepsnor (zie foto).

Ze tekenen het weer van 1 of 2 dagen en mogen zelf kiezen welke weertypes ze gebruiken. Het mogen natuurlijk ook meerdere weertypes op 1 dag zijn: Zo kunnen gevorderde leerlingen er bijvoorbeeld ‘in the morning’ en ‘in the afternoon’ aan toevoegen.

Nadat ze de tekening hebben gemaakt, laten ze dit zien aan de klas (of in tafelgroepjes) en vertellen ze aan elkaar, in het Engels uiteraard, wat voor een weer het is. Je kunt dit eventueel uitbreiden met ‘yesterday, today, tomorrow’.

– Hang de verschillende flashcards op in het lokaal. Leerlingen vragen: ‘How’s the weather today?’ en jij geeft antwoord: ‘It’s rainy!’. Leerlingen lopen naar de flashcard van ‘rain’.

Je kunt uiteraard meerdere flashcards van hetzelfde woord ophangen, zodat niet iedereen op een kluitje bij elkaar hoeft te staan. Je kunt ook steeds vier of vijf leerlingen aanwijzen.

Met bovenstaande tips kun je vast wel enkele lessen vullen. Veel plezier!

error: