Kringactiviteiten

Activiteit 1

De leerlingen zitten in de kring. Geef elke leerling een setje met kleine kaartjes met plaatjes: bijvoorbeeld zes fruitsoorten, zes hobby´s of zes dieren. Vraag de leerlingen om hun favoriete kaartje eruit te halen en de rest even op een stapeltje op de grond te leggen (bijv. onder hun stoel): Vraag: ´What is your favourite fruit?´. Als ze het woord ´favourite´ niet kennen, kun je de zin herhalen met ´best´ en ook je duim opsteken als je dat woord uitspreekt: `I (wijs naar jezelf) like (hand naast je oor heen en weer) strawberries (plaatje laten zien) the best (duim omhoog)´.

Stel dat je het thema ´fruit´ behandelt, dan vraag je nu: ´Is an apple your favourite fruit?´. Alle leerlingen met een plaatje van een appel in hun hand, komen naar het midden van de kring en leggen het kaartje (in een rij) op de grond. Vervolgens noem jij het volgende fruit: ´Is a banana your favourite fruit?´. Alle leerlingen met een plaatje van een banaan leggen nu hun kaartje  op de grond: ook weer netjes in een rij. Zo ga je alle fruitsoorten af.

Als alle plaatjes geweest zijn, kunnen de leerlingen kijken welk fruitsoort het populairst is. Als ze kunnen tellen, worden de kaartjes geteld. Als ze nog niet kunnen tellen, dan zien ze vanzelf welke rij er het langst is. Je kunt dezelfde activiteit natuurlijk ook uitvoeren met de minst favoriete fruitsoort.

Als de leerlingen geen plaatjes meer nodig hebben, omdat ze de woorden al kennen, kunnen ze zelf ook in een rij gaan staan. Deze activiteit kun je gemakkelijk aanpassen aan het niveau van de leerlingen. In de bovenbouw kun je bijvoorbeeld het onderwerp ´If I had a lot of money, I would…´ behandelen, door kaartjes te geven met ´give it to charity, travel around the world, buy a lot of computer games, save it for later´ etc.

LEES OOK: 5 ACTIVITEITEN VOOR DE ONDERBOUW

Activiteit 2

Maak een binnen- en buitenkring met de leerlingen. De binnenste kring draait zich om naar de buitenste kring, zodat er steeds twee leerlingen tegenover elkaar staan.Je kunt leerlingen nu met elkaar laten praten over welk onderwerp dan ook en op welk niveau dan ook. Als alle leerlingen de opdracht hebben uitgevoerd of als de tijd voorbij is, roept de leerkracht tegen de leerlingen van de buitenste kring: ´Move 1 place to the right´ of ´Move two places to the left´, zodat de leerlingen tegenover een nieuw klasgenootje komen te staan. Dezelfde opdracht kan nu opnieuw worden uitgevoerd.

Stel we nemen weer het voorbeeld met de fruitsoorten: De leerlingen hebben ieder zes kaartjes in hun hand. De leerlingen stellen elkaar vragen m.b.v. de plaatjes. Bijvoorbeeld: ´Is an apple your favourite fruit?´ ´Yes, it is / No, it isn´t´. Of: ´Do you like an apple? ´Yes, I do / No, I don´t ´. Als de tijd voorbij is (spreek van tevoren 30 seconden of 1 minuut af), schuiven de leerlingen door en voeren ze het gesprekje met een nieuw klasgenootje.

Als leerkracht loop je natuurlijk rond en begeleid je de leerlingen waar nodig.

Deze activiteiten zijn zeer geschikt voor de onder- en middenbouw, maar je kunt het ook prima gebruiken voor de bovenbouw door het niveau van de woorden / zinnen moeilijker te maken.

LEES OOK: 5 X 5 MINUTEN ACTIVITEITEN

error: