Engels en drama

Engels en drama

Mijn moeder heeft vroeger meerdere keren tegen mij gezegd dat ik naar de toneelschool moest. De typetjes die ik nadeed, de accenten die ik gebruikte, de ´drama queen´ die ik soms kon zijn en gewoon het gemak waarmee ik theater maakte of toneelspeelde, zorgden ervoor dat mijn moeder een gevierde actrice in mij zag.

Helaas bewaarde ik mijn talenten alleen voor thuis, in de veilige omgeving van mijn familie en vriendinnen. Zodra ik een podium op moest, was ik helemaal niet meer zo uitbundig en vergat ik alles wat ik thuis had verzonnen. Zo deden mijn zus en ik een keer mee met een playbackshow op vakantie in Zeeland. We waren waarschijnlijk 10 en 8 jaar oud en zouden vol overgave ´Dokter, ik ben zo oliedom´ van Kinderen voor Kinderen playbacken.

Thuis had ik geoefend op de mooiste gebaren en de geweldigste mimiek. Bij elk woord had ik wel een theatrale geste waarmee ik, zeker weten, de show zou stelen. Mijn zelfverzekerdheid was echter in één klap weg toen ik op dat grote podium stond, in het volle licht met een donkere zaal tegenover me. Ik kon nog net mijn mond bewegen om de tekst te playbacken, maar de actrice in mij was nergens te bekennen.

Ik ging geen toneelschool doen. Ook meldde ik mij niet aan voor theaterclubjes of improvisatietoneel. Ik liet mijn enthousiasme voor toneelspelen alleen zien aan mijn ouders en zus. En later aan mijn man en kinderen, waarbij mijn dochter van veertien nu regelmatig roept: ´Mahaaam, dòe normaal!´.

Sinds ik voor de klas sta als vakleerkracht Engels, kan ik mijn plezier voor drama ook delen met mijn leerlingen. Als ik een boek voorlees in de onderbouw doet mijn hele gezicht mee en maak ik graag gebruik van gebaren en mijn stem. Ook in de midden- en bovenbouw combineer ik Engels regelmatig met een vleugje drama. Zo kan ik bijvoorbeeld heel hard in huilen uitbarsten als een leerling zijn huiswerk niet heeft gemaakt 😊. Kennelijk voel ik me in de klas veilig en prettig genoeg om een beetje toneel te spelen. Zo´n groot podium is niks voor mij. Mijn leerlingen zijn het leukste publiek!

De meeste kinderen vinden het wel leuk om een beetje toneel te spelen en dus doen we vaak rollenspellen of zijn we op een andere manier mee bezig met het ´in de huid van een ander kruipen´. Het is een prettige en gezellige manier van leren, dus ik kan het iedereen aanraden. Voorwaarde is wel dat leerlingen zich veilig genoeg voelen om het te durven en te doen. Maar dat is sowieso een voorwaarde bij het leren van een vreemde taal.

LESIDEE VOOR DE BOVENBOUW

Geef alle leerlingen een flashcard van het thema waar jullie op dat moment mee bezig zijn, bijvoorbeeld ´wild animals´ of ´school´. Vervolgens geef je iedere leerling een opdracht in het Engels. Als leerlingen het spannend vinden, kun je ook twee leerlingen tegelijk een opdracht geven, zodat ze niet alleen ´op het toneel´ staan. Je kunt ervoor kiezen om de opdracht hardop te zeggen, zodat iedereen weet wat de bedoeling is en leerlingen elkaar kunnen helpen. Je kunt de opdracht ook fluisteren of noteren op een briefje: dan blijft het wat spannender en kan de rest van de klas raden wat de opdracht was.

“Jesse, please give the flashcard of the spider to me and act as if you are really, really scared of the spider. You think it´s going to eat you or crawl into your hair and you really want to get rid of the card.”

“Peter, give the flashcard of the pig to a classmate, but be careful: The pig smells really bad. You can smell it, it´s terrible! You feel a little bit ashamed / embarrassed to give this smelly card to your classmate.”

“Marin, you´ve got the flashcard of the horse and you are very proud of it. Wow, such a beautiful picture. You´ve never given such a beautiful present to anyone. You actually want to keep it! But you have to give it to Mandy.”

“Tom, you´ve got the card of a mouse. But it seems like the mouse is making a sound. You hear squeeking: it´s coming from the mouse on the card. You give the card Valerie, but you act very surprised and you hold still to listen to you card.  Maybe you want to ask Valerie if she can hear it too.”

“Linda, you´ve got the card of an elephant. This card is really heavy. It´s so heavy, you can hardly lift it and you have to bring it to Rachida. You have to walk all the way to Rachida: how will you do that when this card is so heavy?”

“Carlo, you´ve got the flashcard of a cat. And you think this so funny! It makes you laugh out out loud and it makes you really happy. You smile from ear to ear and you know your classmate will love this card! It´s the best card ever!”

“ Ben, please give your flashcard of the cow to me, as if you are a criminal. A thief. You stole this card and now you have to give it to me, but be careful! Look around and make sure you are not followed by the police.  Hide the card, so nobody can see it.”

Je kunt ervoor kiezen om leerlingen alleen toneel te laten spelen en niets te laten zeggen. Zo zijn ze toch met Engels bezig, omdat ze de opdracht in het Engels krijgen (geschreven of gesproken) en omdat ze naderhand in het Engels kunnen vertellen wat ze moesten uitbeelden. Je kunt leerlingen ook de opdracht geven om minimaal 2 zinnen te zeggen als de kaart overhandigen, bijvoorbeeld: ´Here is the cat, it´s really funny!´ of ´Do you hear that too? Is there a sound coming out of this card?´.

LESIDEE VOOR DE ONDERBOUW

Geef alle leerlingen een flashcard van het thema waar je op dat moment mee bezig bent en laat ze uitbeelden wat er op hun kaart staat. Dat kan bijvoorbeeld een dier zijn (´Are you a cat?´, ´Yes, I am`), maar ook iets moeilijkers zoals ´school items´ of ´clothes´ (´Is it a t-shirt?´, `No, it isn´t) . Om het makkelijker te maken kun je toestaan dat leerlingen er geluiden bij maken of voorwerpen bij gebruiken.

Er zijn natuurlijk nog veel meer manieren om Engels en drama te combineren. Er zal daarom zeker nòg een blog verschijnen met meer tips en ideeën. Heb je zelf een leuk idee? Mail het naar: [email protected] en ik deel het weer via Facebook of op deze site.

2018-10-14T14:58:00+00:00
error: