Dit spel is geschikt voor groep 8, maar ook toepasbaar voor lagere groepen als je de opdracht aanpast.

1. De leerlingen gaan in een kring zitten en hebben een pen nodig.

2. Jij hebt van tevoren blaadjes gevouwen (het aantal blaadjes en het aantal vouwen is afhankelijk van het aantal vragen: in dit voorbeeld zijn het er zeven). De blaadjes zijn zeven keer omgevouwen, zodat de leerlingen zeven horizontale vakken zien waarop ze wat kunnen schrijven.

3. Je geeft de eerste zeven leerlingen een blaadje (je kunt ervoor kiezen om ook van de andere kant zeven gevouwen blaadjes uit te delen, zodat er veertien leerlingen starten).

4. De leerlingen die nu een blad hebben, schrijven in het eerste horizontale vak (dus bovenaan) het antwoord op vraag 1 (zie hieronder). Vervolgens vouwen ze dat gedeelte naar achteren om (zodat je de tekst er niet doorheen kunt zien).

5. Alle leerlingen geven tegelijkertijd hun blaadje door aan hun buurman of buurvrouw. Deze leerling gaat het antwoord op vraag 2 opschrijven in het tweede horizontale vak. Dat wordt dan weer naar achteren omgevouwen en doorgegeven. Zo gaat het door tot en met de laatste vraag.

LEES OOK: ENGELS PRATEN IN DE BOVENBOUW, DEEL 1

Hier zijn de vragen die jij stelt, elke keer als het blaadje is doorgegeven: 

1. What´s the weather like? Geef bij de uitleg duidelijke voorbeelden: snowy, stormy, sunny, rainy, foggy, cloudy, windy.
2. Write the name of a man. It can be a famous man or a man everyone in the class knows. Sluit namen van klasgenoten uit, want je weet niet hoe het verhaal uitpakt en of er dan per ongeluk een leerling belachelijk wordt gemaakt.
3. Write the name of a woman. It can be a famous woman or a woman everyone in the class knows.
4. Write the name of a place where the two people meet. Geef voorbeelden: at school, at the cinema, on the beach, in Paris, in the kitchen, in the pet shop, on the roof etc.
5. When they meet, he says something to her. What does he say? De leerlingen schrijven op wat de man tegen de vrouw zegt, bijv `I like your hair´ of ´It´s cold here, isn´t it? Of ´what´s your name?´.
6.She replies to the man. What does she say? De leerlingen schrijven nu op wat de vrouw als antwoord geeft.
7.What’s happens next? Hier beschrijven de leerlingen een korte gebeurtenis of situatie.Bijv.: `They decide to go to the trainstation´ of ´The man kisses the woman´.

6. De blaadjes worden verzameld en aan jou gegeven.

7. Jij leest vervolgens de blaadjes voor, maar je leest niet alleen de woorden op. Je maakt hier een verhaaltje omheen: ´It is a snowy day (1). President Obama (2) meets Maxima (3) in the swimming pool (4). He says: ´Where do you come from?´ (5). She answers: ´I don´t like that´ (6). They phone their parents (7).

Tip: Voor de middenbouw zou je kunnen werken met de vocabulaire van ´animals´, ´colours´, ´numbers´ en ´bodyparts´. Zo krijg je hele grappige dieren, bijv: ´A green monkey with seven legs´ of ´A purple cat with three noses´.

Tip: Als de klas te groot is, verdeel je de leerlingen in groepjes van zes of zeven. Je kunt het spel dan op precies dezelfde manier uitvoeren.

LEES OOK: TEKENEN & SPREEKVAARDIGHEID, DEEL 1