Spelen met woordjes

Deze week een activiteit om vocabulaire te oefenen. Gebruik hierbij altijd de vocabulaire van het thema waar je op dat moment mee bezig bent.

Discoteque

Verdeel de leerlingen in twee teams en zet ze tegenover elkaar. De leerlingen van team A hebben ieder een woord (of plaatje) in hun hand. De bedoeling is dat ze dit woord duidelijk gaan maken aan de leerling die tegenover hen staat (van team B). Hoe? Door zo hard mogelijk te schreeuwen! Ze staan namelijk in een disco, dus de muziek staat behoorlijk hard. Zodra de muziek aangaat, tel je tot drie. Daarna mogen de leerlingen van team A hun woord zo hard mogelijk roepen tegen de leerlingen van team B. Na een aantal seconden gaat de muziek uit en is iedereen weer stil. Nu vraag je aan de leerlingen van team B welk woord ze hebben gehoord. Voor elk goed woord krijgen ze een punt.

Library

Daarna staan de leerlingen in een bibliotheek. Team B zal nu hun woorden duidelijk moeten maken aan team A, maar er mag niet hardop gepraat worden. Door te fluisteren en liplezen zullen de leerlingen elkaar moeten proberen te begrijpen. Na een aantal seconden stopt de opdracht en vraag je iedere leerling van team B  welk woord ze denken te hebben gehoord. Wederom 1 punt voor elk juist geraden woord.

Act it out!

Nu de leerlingen toch tegenover elkaar staan, kun je team A  kaartjes geven met nieuwe woorden, waarbij ze het woord moeten uitbeelden. In slechts een aantal seconden zal hun partner van het andere team het woord moeten raden. Goed geraden? Wederom één punt!

Describe the word!

Team B krijgt ook een set met nieuwe woordjes, maar nu zullen ze de woordjes omstebeurt moeten omschrijven. Alleen degene die tegenover de omschrijver staat, mag antwoord geven. De rest van het team mag zich er niet mee bemoeien. Lastig! Tel wederom de punten voor elk goed geraden woord.

Tijdens de eerste drie spelletjes zijn alle leerlingen bezig: Iedere leerling is actief in het roepen, fluisteren, uitbeelden of raden van een woord. In het laatste spelletje zijn er slechts twee leerlingen actief, terwijl de rest van de klas toekijkt en niet mag helpen.

Door bewegend en spelend bezig te zijn met de vocabulaire, blijven de woorden bij veel leerlingen beter hangen. Als je dit combineert met invuloefeningen en andere werkvormen, is het leren van woordjes een stuk minder saai.

LEES OOK: WOORDJES LEREN, MOET DAT?

 

error: