De schijf van vijf

Ik denk dat iedereen wel eens gehoord heeft van ´De schijf van vijf´. Als je volgens de Schijf van Vijf eet, neem je genoeg van alle producten die gezondheidswinst opleveren, plus alle nodige voedingsstoffen om fit voor de dag te komen. De Schijf van Vijf bestaat uit 5 vakken vol goede producten om uit te kiezen. Kies je elke dag genoeg uit elk vak en varieer je daarbij volop, dan krijgt je lijf wat het nodig heeft.

Heel interessant, maar wat heeft dit in vredesnaam met Engels te maken? Uiteraard is het belangrijk dat je gezond eet, zodat je vol energie en enthousiasme les kunt geven, maar dat is niet de reden waarom ik hierover begin. Bij het leren van een vreemde taal maken we namelijk òòk gebruik van een Schijf van vijf (Prof. dr. G.J. Westhoff): een voedzame maaltijd voor het taalleer- en verwervingsproces met vijf noodzakelijke componenten.

BESTEL: DOELEN & THEMA´S VOOR ENGELS IN HET BASISONDERWIJS

Hieronder ga ik wat dieper in op elke component en kun je voor jezelf eens nagaan of jij dit gedeeltelijk of zelfs al helemaal toepast in jouw Engelse lessen.

1.Input
–Zorg ervoor dat leerlingen zoveel mogelijk blootgesteld worden aan de te leren taal, door rijk, gevarieerd en omvangrijk taalgebruik. Praat zoveel mogelijk in het Engels en benoem alles wat je doet. Voorlezen, zingen, vertellen: alles is input.
–Het niveau van jouw taalgebruik moet aansluiten bij het niveau van je leerlingen en het liefst er nét iets boven zitten. Het leerrendement is het hoogst als je net boven het taalbeheersingsniveau van je leerlingen gaat zitten: i + 1 (interlanguage + een beetje). Zorg dat je weet wat je leerlingen al weten, kennen en begrijpen en daar doe je dan een schepje bovenop. Als kinderen de taal herkennen, geeft hen dat vertrouwen. Nieuwe taal geeft hen uitdaging.
–Praat op een natuurlijke manier. Verduidelijk je woorden met gebaren of mimiek als dat nodig is. Zorg dat de inhoud aansluit bij de belevingswereld van de kinderen.
–Als groepsleerkracht kun je ook buiten je Engelse les om Engels praten. Denk aan een kort gesprekje, voorlezen, instructies geven (´Could you open the window please?´), een liedje zingen, een filmpje op het digibord of educatieve computerspelletjes.

Hoe meer input en hoe groter de variëteit aan input, des te gevoeliger worden de leerlingen voor de systematiek van de taal.

  • Een blog die ik hier al eerder over schreef, vind je hier.
  • De workshop ´Act it out!´ sluit goed aan bij dit onderdeel.

BESTEL: THEMA´S & WOORDEN VAN GROEP 1 T/M 4

2.Verwerking van de nieuwe taal op inhoud

Kinderen moeten iets doen met de taal of de taal moet iets met hen doen: actief bezig zijn met de betekenis van nieuwe woorden en zinnen.  Leerlingen zullen woorden beter onthouden (´input´ wordt ´intake´) als ze begrijpen wat een woord of zin daadwerkelijk betekent: input + betekenis. Input alleen is dus niet voldoende. Dit gaat het beste als leerlingen een taak kunnen uitvoeren met de input. Hoe echter en functioneler de taak, hoe meer betekenis het heeft voor de leerlingen en hoe effectiever het leerproces zal zijn.

Neem bijvoorbeeld het woordje ´apple´: Laat eerst een plaatje zien of een echte appel en zeg daarbij het woord. Gebruik het woord vervolgens in een zin. Daarna passen leerlingen het toe door het op zichzelf te betrekken of het in een context te zien (ze verbinden betekenis aan de input): ´I like apples´, ´I don´t like apples´, ´Can I have an apple please?´, ´What´s your favourite fruit?´. Je kunt leerlingen een luisteropdracht geven waarin verschillende mensen hun lievelingsfruit noemen en de leerlingen dan moeten raden welk fruit bij wie hoort. Heb je het thema ´food´? Maak het dan betekenisvol door leerlingen een menukaart te geven en ze bepaald eten op te laten zoeken of iets te laten bestellen.

3.Verwerking van de nieuwe taal op vorm

possessive

Dit is de manier waaròp iets gezegd wordt in de doeltaal (grammatica). Dit is nodig om bijvoorbeeld de taalregels en de spelling te leren gebruiken. In het basisonderwijs gaan we uit van communicatief leren en wordt er nauwelijks apart aandacht gegeven aan taalregels, oftewel aan de vorm. Leerlingen leren de regels van het Engels door te oefenen met luisteren en lezen. Uit onderzoek blijkt zelfs dat leerlingen die alleen maar input krijgen tot een beter resultaat komen dan leerlingen die alleen maar grammatica krijgen. Je kunt met aangeboden grammaticaregels weinig beginnen als je geen ´grondstoffen´ hebt om de regels uit af te leiden.

Verwerking op vorm kan natuurlijk op speelse manier plaatsvinden, afhankelijk van jouw manier van lesgeven en jouw manier van spreken. Het is wel handig  dat je als leerkracht de taal goed beheerst, zodat jouw leerlingen de juiste vorm te horen krijgen. Wat jij zegt moet taaltechnisch gezien over het algemeen wel juist zijn.  Maak je af en toe toch een foutje? Dat geeft niets, want leerlingen krijgen ook voldoende input via liedjes, televisie, computer of andere leerkrachten.

  • Wil jij toch af en toe wat grammatica aanbieden, maar dan wel spelenderwijs?Dan sluit de workshop ´Spelen met grammatica´ hier goed bij aan.

BESTEL: THEMA´S EN WOORDEN VOOR GROEP 5 T/M 8

4. Output

Met alleen input en verwerking is er nog geen volledige Engelse les. Leerlingen zullen ook zelf de taal moeten oefenen en produceren. Als leerkracht heb je de taak om de leerlingen te motiveren om Engels te spreken, zonder ze te dwingen. Bijvoorbeeld door kinderen iets na te laten zeggen of antwoord te laten geven op een eenvoudige vraag. Dit gaat steeds een stapje verder, totdat kinderen in tweetallen een gesprekje kunnen voeren. Kijk goed naar de veiligheid in de groep en het niveau van individuele leerlingen. Geef hen voldoende tijd om te oefenen, fouten maken mag! Zo wordt hun actieve taalbeheersing groter en kunnen ze zelf ontdekken welke gaten er nog in hun kennis zitten. Als je het niet aangeboden krijgt, weet je ook niet welke delen je nog mist.

a. Chunks (brokjes taal) -> veel voorkomende combinaties van woorden, zoals ´my name is´, ´how are you?´, ´have you got´ of ´what is it?´. Zonder dat je je bewust bent van taalregels, kun je met die chunks al snel eenvoudige gesprekjes voeren. Je begint makkelijk: ´What´s your name?´ en later wordt het ´What is the name of your mother?´, waarop kinderen waarschijnlijk uit zichzelf al zeggen ´What is the name of your father?´. Dit heet ook wel ´formulaic speech´: je spreekt in vaste uitdrukkingen en standaard zinnen, zonder de precieze taalregels te kennen.

b. Regelgeleide output –> Je past onbewust alle grammaticaregels toe die je kent om zo een fatsoenlijke zin te produceren. Dit noemt men ook wel ´creative speech´ omdat je zelf alle grammaticaregels kunt combineren en zo nieuwe zinnen kunt bedenken. Het zijn dus geen voorgebakken chunks. Deze output komt eigenlijk alleen voor in de bovenbouw als leerlingen meerdere jaren Engels achter de rug hebben (dus veel input hebben gehad).

Leerlingen raken in deze fase zich bewust van de gaten in hun kennis: waar heb ik nog moeite mee en hoe kan ik dat oplossen? Lees ook de blog over output.

5. Strategisch handelen

Wat kun je doen als je iets niet weet of begrijpt? Bij het leren van een vreemde taal is het belangrijk om je te realiseren dat niemand alles weet! Laat leerlingen dus niet blokkeren, maar laat ze oplossingen zoeken. Maak er een spel van door ook na de Engelse les ermee bezig te zijn: Wat doet de juf als ze een woord niet weet? Hoe ging deze les, wat vonden jullie moeilijk?t Engels

Productieve strategieën: Communicatie strategieën die verhullen dat je iets niet kunt zeggen, bijv. door een ander woord te gebruiken, een woord te omschrijven, fillers, vragen om herhaling of mimiek te gebruiken.
Receptieve strategieën: Lees- en luisterstrategieën zoals woordjes raden, voorkennis activeren, naar plaatjes kijken.

Een goede Engelse les of lessenreeks bestaat uit alle componenten (hoewel je in de onderbouw nog geen output hoeft te verwachten). Ze kunnen elkaar afwisselen. Soms gaat er meer aandacht naar het ene onderdeel en dan weer naar een ander onderdeel. Het is belangrijk om te weten dat leerlingen zich concentreren op het overbrengen van de boodschap en niet op 100% correct taalgebruik.

  • Wil je dieper ingaan op de Schijf van Vijf en welke werkvormen je per fase het beste kunt toepassen? Dan is de VVTO-Training geschikt voor jou en je team!

Bron: Engels in het basisonderwijs (meer dan de) kennisbasis vakdiactiek– Marianne Bodde-Alderlieste & Lauren Salomons

error: