Projecten

Projecten

Kinderen zijn nieuwsgierig, actief, creatief en kunnen over het algemeen maar kort de aandacht ergens bij houden. Hoe kun je ervoor zorgen dat leerlingen actief betrokken zijn en blijven bij je Engelse les? Dat ze niet afdwalen, wegdromen, er doorheen praten, klieren of zich laten afleiden door spulletjes? Bijvoorbeeld omdat ze het te makkelijk vinden, juist te moeilijk of gewoon saai. Dat lukt natuurlijk lang niet altijd en ook niet bij elke leerling, maar onderstaande tips zullen je wellicht een eind in de goede richting helpen:

Zorg voor werkvormen waarbij de leerlingen iets moeten dòen. Dus laat ze niet lijsten met woordjes stampen, grammaticaregels uit hun hoofd leren, een saai filmpje kijken dat niet bij hun belevingswereld past of langer dan 10 minuten steeds dezelfde oefeningen invullen. Gebruik de Engelse taal om activiteiten uit te voeren  (zoals , spelletjes, projecten en spreekvaardigheidsopdrachten). De taal die geleerd wordt, moet betekenisvol zijn en een doel hebben. Dàt zal leerlingen motiveren.

Het werken in projecten is een goede manier om leerlingen actief te betrekken bij de Engelse les. In een project wordt er van je verwacht dat je samenwerkt, dat je je mening mag geven en je kennis deelt, dat je elkaar helpt en dat je je creativiteit gebruikt. Je mag als leerling zelf iets ontwerpen of maken, je mag onderzoek doen en laten zien wat je hebt geleerd. Doordat je alles zelf hebt gemaakt (met klasgenootjes en natuurlijk met hulp van de juf of meester) ben je vaak extra trots op het resultaat.

5 projecten die je kunt gebruiken bij Engels in het basisonderwijs:

1. Poster: leerlingen maken een poster over het thema dat ze hebben aangepakt. Dit kan m.b.v. plaatjes uit tijdschriften, foto´s uit het echte leven, tekeningen en tekst. Bijvoorbeeld een poster over kleding & kleuren (onderbouw), over je dagelijkse routine (middenbouw) of over welke dieren en planten er leven in het regenwoud (bovenbouw).

2. Powerpoint: Leerlingen in de midden- en bovenbouw kunnen een powerpoint presentatie maken over het onderzoek dat ze hebben verricht. Bijvoorbeeld over welke insecten er leven in hun tuin (en de verschillen met de tuin van hun klasgenoten), hoe hun huis er van binnen uitziet (wat de overeenkomsten & verschillen zijn met het huis van klasgenoten), welke vervoersmiddelen er allemaal zijn (en welke favoriet is op hun school) of over hoe je kunt overleven in de woestijn.

3. Mobiles: In de onderbouw kun je van leerlingen niet verwachten dat ze al veel Engels spreken. Hooguit een paar woordjes en enkele korte zinnetjes. Toch kunnen ook deze leerlingen laten zien wat ze geleerd hebben door bijvoorbeeld een mobiel te maken. En dan bedoel ik niet een telefoon, maar een hangend voorwerp (bijvoorbeeld een kledinghaakje) waaraan je plaatjes kunt vastmaken. Heb je geoefend met boerderijdieren? Laat ze plaatjes knippen en vastmaken aan de mobiel. Ze kunnen de dieren zo aanwijzen en benoemen: ´This is a goat´. Je kunt touwtjes bevestigen aan de kledinghanger en dan net zoveel plaatjes toevoegen als je zelf wilt.

4. Drawing: Heb je een verhaal verteld of een bepaald thema helemaal uitgewerkt? Laat leerlingen er dan een ´story map´ van maken. This is a story map that I found on pinterest. This is to help students organize their thoughts before they start their rough draft. I love this because it helps students think about things like the setting of the story they are going to write and the characters they want to include. I think this could really be helpful to students.Ze tekenen de setting en de belangrijkste characters. Vervolgens maken ze een tekening bij beginning, middle & end. Hoe jonger het kind, hoe minder je van ze verwacht natuurlijk. Door de tekeningen kun je zien of het verhaal of thema begrepen is. Oudere kinderen kunnen er wat bij schrijven.

5. Scrapbooks & booklets: Laat leerlingen plaatjes knippen uit tijdschriften, foto´s meenemen van thuis, teksten schrijven en tekeningen maken om zo tot een prachtig boekje te komen. Een boekje dat past bij het thema dat jullie hebben behandeld (bijv. family, hobbies, sports etc.). Oudere leerlingen kunnen het boekje vervolgens in het Engels presenteren aan de klas.

Er zijn natuurlijk nog veel meer manieren, maar ik laat het voorlopig hier even bij. Door deze projecten leren leerlingen zelfstandig werken, het stimuleert hun creativiteit en Engels krijgt ook buiten school een belangrijke rol, waardoor het meer gaat leven. Leerlingen zullen met meer plezier leren en uitgedaagd worden om Engels op verschillende manieren toe te passen. 

Belangrijke punten:

… Geef duidelijke instructie
… Laat van tevoren een goed voorbeeld of een model zien (dus een poster of mobiel dat al gemaakt is en aan de belangrijkste eisen voldoet)
… Zorg ervoor dat alle materialen (papier, lijm, kleurpotloden, computers etc.) beschikbaar zijn
… Laat leerlingen hun fantasie en creativiteit gebruiken: geef ze de kans om te laten zien wat ze al weten en kunnen
… Blijf het proces goed in de gaten houden, dus veel monitoren en feedback geven
… Geef voldoende tijd (misschien kunnen leerlingen er ook thuis aan werken?)
… Verwacht lawaai! Als leerlingen samenwerken en (in de bovenbouw) in het Engels communiceren met elkaar, dan kun je niet verwachten dat het stil is. Accepteer dat er gepraat en overlegd wordt. Er wordt met plezier gewerkt!

Wil je meer weten over hoe je die projecten het beste kunt voorbereiden? Dan is een workshop of training van Spelen met Engels misschien een mooie aanvulling. Voor meer informatie: info@spelenmetengels.nl

Bron: National Geographic learning

2017-10-31T07:06:24+00:00