Engels is een doe vak

Engels is een doe vak

Een leerkracht uit groep 8 zei ooit tegen mij: ´Hoewel we geen methode hebben, doe ik op zich best wat Engels met mijn klas.no-grammar Zo vertalen de leerlingen bijvoorbeeld elke week een liedje. Maar ik zou ze wat meer grammatica willen leren. Heb jij daar ideeën over?´. Mijn antwoord hierop was: ´Geen grammatica! Dat komt vanzelf wel in de brugklas. Laat ze eerst maar eens Spelen met Engels, zodat ze door middel van spel de taal oppikken en niet bang zijn om fouten te maken!´

Je kunt Engels in het basisonderwijs zien als een theoretisch vak: het is ten slotte een taal, dus er zal vooral moeten worden geoefend met het invullen van werkbladen en het uit je hoofd leren van woordjes. Zo hebben de meeste juffen en meesters dat tenslotte zelf ook geleerd op de middelbare school. Maar hoeveel leerkrachten zijn er tegenwoordig onzeker over hun eigen Engelse taalvaardigheid, omdat ze nooit hebben geleerd om al die grammatica ook regelmatig toe te passen in gesprekjes? De docente praatte meer Nederlands dan Engels tijdens de les, er werden zelden echte gesprekken geoefend en het was vooral belangrijk dat je de regels kende.

Je kunt Engels ook zien als praktisch vak: spelenderwijs de taal leren door veel communicatieve opdrachten die passen bij de belevingswereld van de kinderen. Zo motiveer je leerlingen om de taal te durven spreken en zullen ze vaak vanzelf, impliciet, de grammaticaregels leren. Natuurlijk gebruik je werkbladen ter ondersteuning en kun je af en toe een regel uitleggen als je het idee hebt dat je leerlingen er op dat moment behoefte aan hebben. Maar de regels die je aanleert zouden altijd in dienst moeten staan van de communicatie.

In het basisonderwijs is grammatica bijzaak (tenzij leerlingen al op hoog niveau Engels lezen, spreken en schrijven). De weinige grammatica die de leerlingen nodig hebben, is goed te verwerken in spelletjes, in spreekvaardigheidsopdrachten of in filmpjes en verhaaltjes. Het behoeft geen eindeloze instructie of eindeloos herhalen van invuloefeningen.

Oefen je bijvoorbeeld met wieishet2vragen stellen, zoals ´Does he have / Does she have…?, laat de leerlingen dan in tweetallen ´Wie is het?´ spelen of doe een raadspel met de hele klas. Oefen je de present continuous? Lees dan deze blog voor lesideeën. Wil je werken met de voorzetsels: laat de leerlingen vooral veel bewegen door ze opdrachten te geven en lees deze blog voor allerlei tips.

Wil je nog veel meer weten over spelen met grammatica? Dan is de workshop ´Spelen met Grammatica´ misschien iets voor jou en je collega´s in de bovenbouw. Anderhalf uur lang praktische ideeën opdoen voor thema´s als ´telling time´, ´asking questions´, ´prepositions´ en nog meer!

Durf als groepsleerkracht je leerlingen te laten spelen met de taal. Het vraagt om flexibiliteit en soms ook om oordopjes :-). Het zal vaak rumoerig zijn in de klas, maar zolang je als leerkracht duidelijke grenzen aangeeft, zal de les niet uitmonden in chaos.  Leer de leerlingen communiceren met elkaar in een veilige omgeving. Zò leer je een vreemde taal.

 

2017-10-30T09:25:56+00:00