De meeste leergangen en methodes gaan uit van een gemiddelde doelgroep. Er wordt vaak convergent gedifferentieerd, d.w.z. leerlingen worden vanuit de basisstof in niveaugroepen verdeeld: de basisstof, de basisstof met verlengde instructie en de basisstof met verrijking. Deze manier vergt weinig voorbereiding en is de meest gebruikte vorm van differentiatie. Helaas komt deze vorm weinig tegemoet aan de behoefte van meer- en hoogbegaafde leerlingen, want verrijken is eigenlijk meestal ´meer van hetzelfde doen´.

Bij divergente differentiatie wordt er op basis van toetsresultaten en persoonlijke gesprekken gekeken naar de onderwijsbehoefte van het kind. De leerkracht werkt dus met meerdere niveaus binnen een leergang en / of met concrete individuele eindtermen. Dit is onderwijs op maat. Het kost veel (voorbereidings-)tijd en het vergt een goede organisatie en klassenmanagement. Daar tegenover staat dat leerlingen gemotiveerder zijn en dus vaak betere prestaties zullen leveren.

Geef de leerlingen (vanaf groep 5) aan begin van het schooljaar een instaptoets waarin je alle vier de vaardigheden (lezen, luisteren, schrijven en spreken) meet, zodat je weet wat de sterke en zwakke kanten van elke leerling zijn. Als de toetsen van het vorige schooljaar genoeg informatie geven, hoef je dit uiteraard niet te doen.

Vraag aan de leerlingen waar zij zelf graag aan zouden willen werken. Laat ze inschatten welke vaardigheden en vocabulaire ze nog zouden kunnen ontwikkelen en wat ze al beheersen. Is dat bijvoorbeeld leesvaardigheid, meer Engels (durven) spreken, woordenschat uitbreiden of het schrijven van verhaaltjes? Laat de leerlingen vervolgens een portfolio invullen waarin ze hun doel omschrijven en waarin ze aangeven hoe ze dit doel willen bereiken. Samen met je leerlingen maak je een plan van aanpak en begeleid je ze bij het leerproces. Dit doel kun je vaststellen voor 2 of 3 maanden.

Mochten er gedurende het schooljaar leerlingen zijn die snel klaar zijn in de les of die een bepaalde les niet hoeven te volgen, omdat ze de stof al beheersen, dan kunnen ze aan hun doel gaan werken. Dat geldt andersom natuurlijk ook: Wil je de gevorderde leerlingen een keer lesgeven over een bepaald onderwerp, dan gaan de andere leerlingen aan de slag met hun portfolio. Eventuele vragen schrijven ze op voor een later moment.

Je kunt met deze divergente manier van differentiëren nog een stapje verder gaan door de groepen 3 t/m 5 en de groepen 6 t/m 8 onder te verdelen in niveaugroepen. Zo krijg je zowel in de onderbouw als in de bovenbouw drie groepen met leerlingen van ongeveer hetzelfde niveau. Een enkele leerling van groep 2 zou kunnen aansluiten bij de laagste niveaugroep van de onderbouw. Een vereiste is natuurlijk wel dat Engels op (minimaal) één vast moment in de week gegeven wordt en dat de groepsleerkrachten worden ingezet daar waar zij het beste passen.

Zelf geef ik al jaren op deze manier les en het bevalt mij en de leerlingen prima. Twee keer per jaar checken we samen of ze nog in de juiste groep zitten: we kijken dan niet alleen naar de toetsresultaten, maar ook naar de groepssamenstelling, de motivatie & inzet van de leerling en of de leerling voldoende aansluiting heeft met de lesstof (niet te kinderachtig of juist te ver van zijn bed).

Als leerlingen er behoefte aan hebben, mogen ze één of twee lessen ´proeven´ in een lagere of hogere niveaugroep. Ze kunnen vaak zelf heel goed inschatten wat het beste bij hen past, tenzij het een leerling is die regelmatig onderpresteert en dus altijd een lager niveau zal kiezen. In zo´n geval kun je als leerkracht iets anders beslissen dan wat de leerling eigenlijk wil. Betrek je leerling bij dit besluit, leg uit waarom je dit doet en straal vertrouwen uit naar deze leerling: ´Ik weet dat jij dit kan!´

Heb je vragen over differentiëren in niveaugroepen? Zou je er meer over willen weten? Neem dan gerust eens contact met mij op: info@spelenmetengels.nl of kom eens een kijkje nemen in Ede.Afbeeldingsresultaat voor differentiate climb this tree